Ziekenhuis
Zuyderland Medisch Centrum
Zuyderland Medisch Centrum (locatie Geleen)
Dr. H. van der Hoffplein, 6162BG, Geleen
Route plannenVergoeding per verzekeraar
CZ
Vergoed
Op basis van basisverzekering. Controleer je polis voor exacte vergoeding.
🔄
Lange wachttijd? Vergelijk zorgverzekeringen
Een andere zorgverzekeraar kan kortere wachttijden of betere vergoedingen bieden. Vergelijk nu en ontdek je opties.
Vergelijk verzekeringenWachttijdtrend
Sportgeneeskunde — Polikliniekbezoek
Ervaringen
Specialismen bij deze locatie
Anesthesiologie
Polikliniekbezoek3dgn
Cardiologie
Behandeling22dgn
Polikliniekbezoek25dgn
Chirurgie (heelkunde)
Behandeling121dgn
Polikliniekbezoek12dgn
Chirurgie (heelkunde) (303) / Dermatologie
Behandeling26dgn
Chirurgie (heelkunde) (303) / Orthopedie
Behandeling117dgn
Chirurgie (heelkunde) (303) / Urologie
Behandeling41dgn
Dermatologie
Behandeling23dgn
Polikliniekbezoek41dgn
Geriatrie
Polikliniekbezoek18dgn
Gynaecologie
Behandeling115dgn
Diagnostiek18dgn
Polikliniekbezoek54dgn
Interne geneeskunde
Polikliniekbezoek17dgn
KNO
Behandeling58dgn
Polikliniekbezoek66dgn
KNO (302) / Longgeneeskunde
Behandeling132dgn
KNO (302) / Longgeneeskunde (322) / Neurologie
Diagnostiek13dgn
Kaakchirurgie
Behandeling4dgn
Polikliniekbezoek4dgn
Kindergeneeskunde
Polikliniekbezoek55dgn
Longgeneeskunde
Polikliniekbezoek20dgn
Maag, darm en leverziekten
Diagnostiek61dgn
Polikliniekbezoek360dgn
Neurochirurgie
Behandeling43dgn
Neurochirurgie (308) / Orthopedie
Behandeling50dgn
Neurologie
Polikliniekbezoek37dgn
Orthopedie
Behandeling134dgn
Polikliniekbezoek16dgn
Plastische Chirurgie
Behandeling133dgn
Polikliniekbezoek4dgn
Radiologie
Diagnostiek4dgn
Reumatologie
Polikliniekbezoek9dgn
Revalidatie
Polikliniekbezoek7dgn
Revalidatiegeneeskunde
Behandeling23dgn
Sportgeneeskunde
Polikliniekbezoek2dgn
Urologie
Behandeling163dgn
Polikliniekbezoek31dgn
Urologie (306) / Chirurgie (heelkunde)
Behandeling88dgn
KwaliteitsdataZorginzicht 2024
Aneurysma Aorta Abdominalis
Aantal patiënten met een aneurysma aortae of dissectie in segment C waarbij operatief geïntervenieerd is.
103
Aantal patiënten met een aneurysma aortae of dissectie waarbij operatief geïntervenieerd is.
103
Aantal patiënten met een intact aneurysma aortae abdominalis in aortasegment C waarbij primair electief geïntervenieerd is.
72
Percentage patiënten dat een primair electieve operatie/interventie ondergaat vanwege een intact aneurysma aortae abdominalis (segment C), waarbij sprake is van een Textbook Outcome.
75.6%(164/217)
Percentage patiënten dat een primaire operatie/interventie* ondergaat vanwege een intact** aneurysma aortae abdominalis in aortasegment C, dat overlijdt binnen 30 dagen of in dezelfde ziekenhuisopname.
2.9%(7/241)
Percentage patiënten dat een primaire operatie/interventie* ondergaat vanwege een niet-intact*** geruptureerd aneurysma aortae abdominalis in aortasegment C, dat overlijdt binnen 30 dagen of in dezelfde ziekenhuisopname.
32.4%(11/34)
Blaascarcinoom
De gemiddelde ASA score van patiënten met blaaskanker waarbij als primaire behandeling een cystectomie is uitgevoerd.
2.4800
Hoeveel cystectomieën voor blaaskanker werden in het verslagjaar op uw ziekenhuislocatie verricht?
33
Hoeveel urologen voerden op de peildatum cystectomieën voor blaaskanker uit op uw locatie?
3
Percentage patiënten dat een cystectomie onderging als behandeling voor blaaskanker, en dat binnen 30 dagen na de ingreep complicaties ondervindt, zijnde Clavien Dindo score 3 en/of 4, waarbij de hoogste score per patiënt wordt meegenomen)
Patiënten met score 5 worden niet meegenomen..
6.1%(2/33)
Percentage patiënten dat een cystectomie onderging als behandeling voor blaaskanker, en dat binnen 30 dagen na de ingreep is overleden. (Clavien Dindo score 5)
1.0%(1/97)
Worden PROMS voor blaaskanker structureel met patiënten besproken in de spreekkamer?
1.0000
Borstimplantaten
Het percentage borstprothesen en expanders , geëxplanteerd of gewisseld wordt binnen 60 dagen vanwege een of meerdere
complicatie(s)*, dat voor reconstructieve doeleinden geplaatst
0.0%(0/43)
Het percentage borstprothesen en expanders waarbij de patiënt preoperatief intraveneus antibioticaprofylaxe* toegediend heeft gekregen, dat voor cosmetische*** doeleinden geplaatst is.
100.0%(123/123)
Het percentage borstprothesen en expanders waarbij de patiënt preoperatief intraveneus antibioticaprofylaxe* toegediend heeft gekregen, dat voor reconstructieve** doeleinden geplaatst is.
100.0%(36/36)
Het percentage borstprothesen en expanders, geëxplanteerd of gewisseld wordt na 60 dagen en binnen 1 jaar vanwege een of meerdere complicatie(s)*, dat voor reconstructieve** doeleinden geplaatst is (inclusief gewisselde prothesen).
0.0%(0/69)
Het percentage borstprothesen, geëxplanteerd of gewisseld na 60 dagen en binnen 1 jaar vanwege een of meerdere
complicatie(s)*, dat voor cosmetische*** doeleinden geplaatst is (inclusief gewisselde prothesen).
0.0%(0/179)
Het percentage geregistreerde borstprothesen en expanders in de DBIR, dat voor cosmetische*** doeleinden geplaatst is.
100.0%(123/123)
Het percentage geregistreerde borstprothesen en expanders in de DBIR, dat voor reconstructieve** doeleinden geplaatst is.
100.0%(36/36)
Het percentage geregistreerde borstprothesen in de DBIR, geëxplanteerd of gewisseld wordt
binnen 60 dagen vanwege een of meerdere complicatie(s)*, dat voor cosmetische*** doeleinden geplaatst is.
0.0%(0/139)
Registreert uw instelling in de DBIR in het verslagjaar?
1.0000
Carotis chirurgie
Aantal carotisinterventies geregistreerd in de DACI.
114
Aantal electieve carotis endarteriectomieën (CEA) geregistreerd in de DACI.
114
Percentage extern verwezen patiënten*** dat binnen twee weken na het eerste consult in de tweede lijn een carotisinterventie ondergaat.
100.0%(9/9)
Percentage intern verwezen patiënten**** dat binnen twee weken na het eerste consult in de tweede lijn een carotisinterventie ondergaat.
86.3%(88/102)
Percentage patiënten dat binnen twee weken na het eerste consult in de tweede lijn een carotisinterventie ondergaat.
87.4%(97/111)
Percentage patiënten dat een carotisinterventie ondergaat en een letsel aan de hersenzenuw heeft binnen 30 dagen na de interventie.
0.3%(1/305)
Percentage patiënten dat een carotisinterventie ondergaat en een nabloeding heeft binnen 30 dagen na de interventie.
3.0%(9/305)
Percentage patiënten dat een carotisinterventie ondergaat en een neurologisch event* heeft binnen 30 dagen na de interventie.
2.0%(6/305)
Percentage patiënten dat een carotisinterventie ondergaat en overlijdt binnen 30 dagen of tijdens de ziekenhuisopname na de interventie.
1.3%(4/305)
Percentage patiënten die een carotisinterventie ondergaan waarbij de postoperatieve zorg voldoet aan het criterium Textbook Outcome.
76.4%(233/305)
Carpaletunnelsyndroom
Percentage corticosteroïd injecties als behandeling
van CTS waarbij er binnen 14 weken na de
corticosteroïd injectie tenminste één contact
door of namens de behandelaar is geweest.
100.0%(636/636)
Percentage operaties als behandeling van CTS
waarbij er binnen 14 weken na de operatieve
ingreep tenminste één contact door of namens
de behandelaar is geweest.
100.0%(1002/1002)
Percentage patiënten met een operatieve ingreep als behandeling van het CTS dat binnen 30 dagen na de operatie een diepe wondinfectie heeft gekregen, geconstateerd in het ziekenhuis.
0.1%(1/904)
Wordt er een PROM op uw locatie aangeboden (voor en na de
behandeling)?
1.0000
Cataract
Het percentage operaties waarbij de patiënt na 4-6 weken binnen 1 dioptrie op hun beoogde refractie is uitgekomen.
95.7%(2373/2479)
Het percentage operaties waarbij de patiënt na de
cataractoperatie minstens 1 regel visuswinst behaald heeft
96.1%(1925/2004)
Het percentage patiënten dat aan beide ogen aan cataract geopereerd is binnen een periode van 12 maanden.
70.2%(1074/1530)
Het percentage van de verrichte ingrepen dat volledig is ingevoerd in de Kwaliteitsregistratie Cataract.
100.0%(2569/2569)
Cerebro Vasculair Accident (CVA)
Aantal patiënten met een CVA.
1664
Aantal patiënten met een hersenbloeding.
153
Aantal patiënten met een herseninfarct.
1511
Is er in uw ziekenhuis een CTA en CT-perfusiescan en/of een MRA en MRI-perfusiescan en/of MRI DWI/FLAIR 24 uur per dag, 7 dagen in de week, direct beschikbaar voor beeldvorming bij patiënten met een acuut herseninfarct, inclusief directe beoordeling door een radioloog?
1.0000
Mediane begin-tot-deur tijd van het totaal aantal patiënten met een herseninfarct.
130.0000
Mediane deur-tot-naald tijd in minuten van het totaal aantal patiënten met een herseninfarct dat intraveneuze trombolyse heeft ondergaan.
27.0000
Percentage patiënten dat intraveneuze trombolyse heeft ondergaan als fractie van het totaal aantal patiënten met een herseninfarct.
20.1%(303/1511)
Percentage patiënten waarbij de NIHSS score bekend is met een hersenbloeding.
94.1%(144/153)
Percentage patiënten waarbij de NIHSS score bekend is met een herseninfarct
97.5%(1473/1511)
Percentage patiënten waarbij de mRs score bekend is met een hersenbloeding.
98.6%(142/144)
Percentage patiënten waarbij de mRs score bekend is met een herseninfarct.
84.9%(1236/1456)
Chirurgie bij kinderen
Het aantal inguinoscrotale operaties bij kinderen tussen de 0 tot en met 15 jaar oud
88
Chronische nierschade
Aantal patiënten met leeftijd ≤ 75 jaar gestart met chronische dialyse die ten minste binnen zes maanden behandeld zijn
34
Aantal pre-emptieve niertransplantaties
8
Percentage patiënten in het verslagjaar dat start met een vorm van chronische dialyse of pre-emptieve niertransplantatie ondergaat en bij wie de klaring, berekend met eGFR volgens CKD-EPI of gemeten met gemiddelde ureum/kreatinine-klaring > 15 ml/min/1.73 m2 is op het moment van starten van dialyse of het verrichten van pre-emptieve niertransplantatie.
5.7%(3/53)
Percentage patiënten met chronische dialyse dat heeft deelgenomen aan de landelijke uitvraag van PROMs
64.0%(151/236)
Percentage patiënten met een eGFR < 30 ml/min/1.73m2 volgens CKD-EPI dat meer dan zes maanden bekend is in de zorginstelling voor start met een vorm van chronische dialyse met hetzij een functionerende shunt, hetzij een functionerende PD katheter.
46.1%(18/39)
Percentage volwassen PD patienten van het totaal aantal volwassen chronische dialyse patienten op peildatum 31-12 van verslagjaar
8.5%(18/212)
Percentage volwassen centrum HD patiënten (in centrum) van het totaal volwassen chronische dialyse patiënten op peildatum 31-12 van verslagjaar
91.5%(194/212)
Percentage volwassen thuis HD patiënten al dan niet door eigen centrum ondersteund of met hulp van een thuishemodialyse organisatie van het totaal aantal volwassen chronische dialyse patiënten op peildatum 31-12 van verslagjaar
0.0%(0/212)
Voor niet-UMC’s: Percentage patiënten met pre-emptieve niertransplantaties dat na verwijzing vanuit uw zorginstelling elders heeft plaatsgevonden, van het aantal patiënten met een leeftijd ≥ 18 en ≤75 jaar dat gestart is in uw zorginstelling met chronische dialyse.
20.5%(8/39)
Colorectaal Carcinoom
Aantal patiënten met een primaire, oncologische colon of rectumresectie: Colonresectie
102
Aantal patiënten met een primaire, oncologische colon of rectumresectie: Rectumresectie
30
Mediane wachttijd in dagen tussen PA en enige vorm van therapie* bij patiënten die een resectie ondergaan i.v.m. een primair coloncarcinoom na verwijzing.
20.0000
Mediane wachttijd in dagen tussen PA en enige vorm van therapie* bij patiënten die een resectie ondergaan i.v.m. een primair coloncarcinoom zonder verwijzing.
27.0000
Mediane wachttijd in dagen tussen PA en enige vorm van therapie* bij patiënten die een resectie ondergaan i.v.m. een primair rectumcarcinoom met verwijzing.
60.0000
Mediane wachttijd in dagen tussen PA en enige vorm van therapie* bij patiënten die een resectie ondergaan i.v.m. een primair rectumcarcinoom zonder verwijzing.
36.0000
Percentage patiënten dat een resectie ondergaat vanwege een pT4 coloncarcinoom, bij wie een microscopisch radicale resectie is verkregen (> 1 mm marge).
96.7%(29/30)
Percentage patiënten dat een resectie ondergaat vanwege een primair cT1 t/m 3 rectumcarcinoom met een bekende CRM, bij wie de CRM positief is
3.5%(2/58)
Percentage patiënten dat een resectie ondergaat vanwege een primair coloncarcinoom, dat een gecompliceerd beloop heeft.
13.8%(17/123)
Percentage patiënten dat een resectie ondergaat vanwege een primair rectumcarcinoom dat een gecompliceerd beloop heeft.
22.0%(6/26)
Percentage patiënten die een resectie hebben ondergaan vanwege een primair coloncarcinoom die binnen 90 dagen of tijdens de opname overlijdt.
2.9%(8/279)
Percentage patiënten die een resectie hebben ondergaan vanwege een primair rectumcarcinoom die binnen 90 dagen of tijdens de opname overlijdt.
0.0%(0/68)
Constitutioneel Eczeem
Is er altijd een dermatologisch gespecialiseerde verpleegkundige/ doktersassistent of andere behandelaar betrokken in het behandeltraject voor patiënten met constitutioneel eczeem die aantoonbaar (zalf-)instructie en begeleiding geeft in een apart spreekuur?
1.0000
Wordt bij minimaal 10 patiënten per jaar met matig tot ernstig constitutioneel eczeem in uw centrum gestart met JAK-remmers?
0.0000
Wordt bij minimaal 10 patiënten per jaar met matig tot ernstig constitutioneel eczeem in uw centrum gestart met biologicals?
1.0000
Wordt bij minimaal 50 patiënten per jaar met matig tot ernstig constitutioneel eczeem in uw centrum gestart met systemische immunosuppressieve/ immunomodulerende therapie, exclusief biologicals en JAK-remmers?
1.0000
Wordt het effect van behandeling met een JAK-remmer gestructureerd geëvalueerd door zowel de behandelaar met de IGA of EASI, als door de patiënt met de NRS jeuk?
1.0000
Wordt het effect van behandeling met een biological gestructureerd geëvalueerd door zowel de behandelaar met de IGA of EASI, als door de patiënt met de NRS jeuk?
1.0000
Diabetes
Hoeveel patiënten (kinderen, en patiënten ≥18 jaar) met
diabetes mellitus onder behandeling van de kinderarts maken gebruik van Real Time Continue Glucose Monitoring (RT-CGM)?
140
Hoeveel patiënten (kinderen, en patiënten ≥18 jaar) met diabetes mellitus zijn in uw ziekenhuis onder behandeling van de kinderarts?.
201
Hoeveel patiënten (kinderen, en patiënten ≥18 jaar) onder
behandeling van de kinderarts met diabetes mellitus zijn
behandeld met insulinepomptherapie?
144
Hoeveel patiënten met diabetes mellitus onder behandeling van de internist maken gebruik van Real Time Continue Glucose Monitoring (RT-CGM)?
285
Hoeveel patiënten met diabetes mellitus onder behandeling van de internist zijn behandeld met insulinepomptherapie?
694
Hoeveel patiënten met diabetes mellitus onder behandeling van de internist zijn in verslagjaar 2024 gestart met insulinepomptherapie?
42
Hoeveel patiënten met diabetes mellitus zijn in uw ziekenhuis onder behandeling van de internist?
3019
Neemt u deel aan de landelijke diabetesregistratie DPARD?
1.0000
Percentage volwassenen met diabetes mellitus onder behandeling van de internist waarbij een eGFR bepaling heeft plaatsgevonden in het verslagjaar
94.4%(2851/3019)
Welk percentage patiënten (kinderen, en patiënten ≥18 jaar)
met diabetes mellitus onder behandeling van de kinderarts heeft
een laatst gemeten HbA1c <58 mmol/mol?
53.2%(107/201)
Welk percentage patiënten (kinderen, en patiënten ≥18 jaar)
met diabetes mellitus onder behandeling van de kinderarts heeft
een laatst gemeten HbA1c >86 mmol/mol?
2.0%(4/201)
Welk percentage patiënten met diabetes mellitus onder
behandeling van de internist heeft een laatst gemeten HbA1c
<58 mmol/mol?
40.1%(1210/3019)
Welk percentage patiënten met diabetes mellitus onder
behandeling van de internist heeft een laatst gemeten HbA1c
>86 mmol/mol?
6.0%(180/3019)
Welk percentage patiënten ≥18 jaar met diabetes mellitus onder
behandeling van de kinderarts heeft een laatst gemeten HbA1c
<58 mmol/mol?
53.3%(24/45)
Welk percentage patiënten ≥18 jaar met diabetes mellitus onder
behandeling van de kinderarts heeft een laatst gemeten HbA1c
>86 mmol/mol?
6.7%(3/45)
Welk percentage van de patiënten (kinderen, en patiënten ≥18 jaar) met diabetes mellitus onder behandeling van de kinderarts heeft een gemeten HbA1c in het verslagjaar?
99.0%(199/201)
Welk percentage van de volwassenen met diabetes mellitus onder behandeling van de internist heeft een gemeten HbA1c in het verslagjaar?
96.5%(2914/3019)
Welk percentage van de volwassenen met diabetes mellitus onder behandeling van de internist heeft een laatst gemeten eGFR <60 ml/min?
24.9%(752/3019)
Galblaasverwijdering
Percentage patiënten dat binnen 30 dagen na de galblaasverwijdering heropgenomen is geweest vanwege een complicatie
4.2%(32/758)
Geïnstrumenteerde lage rugchirurgie
Is er een pijnpoli* beschikbaar in de instelling waar de operatie heeft plaatsgevonden?
1.0000
Maken de onderstaande zorgprofessionals deel uit van het multidisciplinair rugteam? - Anesthesioloog / pijnspecialist
1.0000
Maken de onderstaande zorgprofessionals deel uit van het multidisciplinair rugteam? - Neurochirurg
1.0000
Maken de onderstaande zorgprofessionals deel uit van het multidisciplinair rugteam? - Neuroloog
1.0000
Maken de onderstaande zorgprofessionals deel uit van het multidisciplinair rugteam? - Orthopedisch chirurg
1.0000
Maken de onderstaande zorgprofessionals deel uit van het multidisciplinair rugteam? - Physician assistant / verpleegkundig specialist /Gespecialiseerd verpleegkundige
1.0000
Maken de onderstaande zorgprofessionals deel uit van het multidisciplinair rugteam? - Radioloog
1.0000
Percentage verrichtingen waarbij binnen 30 dagen na operatie een re-operatie* heeft plaatsgevonden na geïnstrumenteerde lumbale wervelkolomchirurgie voor degeneratieve lage rug aandoeningen.
0.7%(1/152)
Percentage verrichtingen waarbij direct na de operatie sprake is van een toename van motorische uitval.
1.3%(2/152)
Percentage verrichtingen waarbij een nabloeding is opgetreden waarvoor aanvullend medisch handelen* noodzakelijk is, waaronder verlengde opnameduur.
0.0%(0/152)
Percentage verrichtingen waarbij tijdens de operatie een diepe wondinfectie (reinterventie & positieve kweek) is opgetreden waarvoor aanvullend medisch handelen* noodzakelijk is, waaronder verlengde opnameduur.
2.6%(4/152)
Percentage verrichtingen waarbij tijdens de operatie een liquorlekkage is opgetreden waarvoor aanvullend medisch handelen* noodzakelijk is, waaronder verlengde opnameduur.
1.3%(2/152)
Wordt de uitkomst van de ingreep gecontroleerd middels de volgende PROM vragenlijsten: ODI, NRS en EQ5D op de volgende meetmomenten: Postoperatief meetmoment**
1.0000
Wordt de uitkomst van de ingreep gecontroleerd middels de volgende PROM vragenlijsten: ODI, NRS en EQ5D op de volgende meetmomenten: Preoperatief meetmoment*
1.0000
Gynaecologische Oncologie
Aantal chirurgische behandelingen, i.v.m. een cervixcarcinoom.***
14
Aantal chirurgische behandelingen, i.v.m. een endometriumcarcinoom.
141
Aantal chirurgische behandelingen, i.v.m. een vulvacarcinoom.**
5
Aantal unieke patiënten, dat palliatief behandeld wordt, zonder chirurgie als onderdeel van de behandeling, i.v.m. een endometriumcarcinoom.
9
Aantal unieke patiënten, dat palliatief behandeld wordt, zonder chirurgie als onderdeel van de behandeling, i.v.m. een ovariumcarcinoom.*
5
Percentage chirurgische behandelingen i.v.m.
vulvacarcinoom (alle ingrepen***), waarbij de patiënte binnen 30 dagen na
de operatie of tijdens de ziekenhuisopname* overlijdt.
0.0%(0/5)
Percentage chirurgische behandelingen i.v.m. vulvacarcinoom (alle ingrepen***), waarbij binnen 30 dagen een gecompliceerd beloop* optreedt.
0.0%(0/5)
Percentage chirurgische behandelingen i.v.m. vulvacarcinoom (alle ingrepen***), waarbij binnen 30 dagen een gecompliceerd beloop* optreedt. Casemix gecorrigeerd.
0.0%(0/5)
Percentage chirurgische behandelingen i.v.m. vulvacarcinoom (alle ingrepen***), waarbij de patiënte binnen 30 dagen na de operatie of tijdens de ziekenhuisopname* overlijdt. Casemix gecorrigeerd.
0.0%(0/5)
Percentage chirurgische behandelingen voor laag of intermediair
risico endometrioid endometriumcarcinoom, waarbij er middels
een minimaal invasieve techniek geopereerd is.
93.9%(31/33)
Percentage geopereerde patiënten voor ovarium-, vulva-, endometrium- en/of cervixcarcinoom, welke preoperatief deel heeft genomen aan alle PROMs vragenlijsten*.
0.0%(0/58)
Percentage geopereerde patiënten voor ovarium-, vulva-, endometrium- en/of cervixcarcinoom, welke preoperatief deel heeft genomen aan één van de PROMs vragenlijsten*.
0.0%(0/58)
Percentage minimaal invasieve uterusextirpaties (met of
zonder bilaterale salpingo-oöphorectomie) i.v.m.
endometriumcarcinoom, waarbij de patiënte binnen 30 dagen na
de operatie of tijdens de ziekenhuisopname* overlijdt.
0.0%(0/76)
Percentage minimaal invasieve uterusextirpaties (met of zonder bilaterale salpingo-oöphorectomie) i.v.m. endometriumcarcinoom, waarbij binnen 30 dagen een gecompliceerd beloop* optreedt.
0.0%(0/76)
Percentage minimaal invasieve uterusextirpaties (met of zonder bilaterale salpingo-oöphorectomie) i.v.m. endometriumcarcinoom, waarbij binnen 30 dagen een gecompliceerd beloop* optreedt. Casemix gecorrigeerd.
0.0%(0/76)
Percentage minimaal invasieve uterusextirpaties (met of zonder bilaterale salpingo-oöphorectomie) i.v.m. endometriumcarcinoom, waarbij de patiënte binnen 30 dagen na de operatie of tijdens de ziekenhuisopname* overlijdt. Casemix gecorrigeerd.
0.0%(0/76)
Heupfractuur
Aantal heupfracturen geregistreerd in de DHFA per ziekenhuislocatie.
566
Gemiddelde KATZ-6 ADL-score na 3 maanden bij alle proximale femurfractuurpatiënten van 70 jaar en ouder die voor het incident een KATZ-6 ADL-score 0 hadden.
0.9
Gemiddelde KATZ-6 ADL-score na 3 maanden bij alle proximale femurfractuurpatiënten van 70 jaar en ouder die voor het incident een KATZ-6 ADL-score 1 hadden.
1.9
Gemiddelde categoriescore van de mobiliteitsscore na 3 maanden bij alle proximale femurfractuurpatiënten van 70 jaar en ouder die voor het incident mobiel waren met 1 hulpmiddel (mobiliteitsscore 2).
3.3
Gemiddelde categoriescore van de mobiliteitsscore na 3 maanden bij alle proximale femurfractuurpatiënten van 70 jaar en ouder die voor het incident volledig mobiel waren (mobiliteitsscore 1).
2.7
Percentage patiënten die mobiel waren met 1 hulpmiddel (mobiliteitsscore 2) voor het incident bij alle proximale femurfractuurpatiënten van 70 jaar en ouder.
7.6%(37/484)
Percentage patiënten die volledig mobiel (mobiliteitsscore 1) waren voor het incident bij alle proximale femurfractuurpatiënten van 70 jaar en ouder.
45.0%(218/484)
Percentage patiënten met KATZ-6 ADL-score 0 voor het incident bij proximale femurpatiënten van 70 jaar en ouder.
39.2%(96/245)
Percentage patiënten met KATZ-6 ADL-score 1 voor het incident bij proximale femurpatiënten van 70 jaar en ouder.
17.6%(43/245)
Percentage patiënten waarbij de functionele uitkomstscores bij ouderen (≥70 jaar) met een proximale femurfractuur voor opname en 3 maanden na ontslag is geregistreerd.
50.0%(242/484)
Percentage patiënten ≥70 jaar waarbij de geriater/internistoudengeneeskunde perioperatief in medebehandeling is geweest
of intensieve medebehandeling op een afdeling geriatrische
traumatologie
97.0%(455/469)
Heupprothese
Aantal heuprevisie ingrepen in het ziekenhuis waarbij tenminste de cup en/of het femurcomponent is gereviseerd of verwijderd waarbij geen sprake was van infectie of verdenking op infectie in het ziekenhuis.
67
Aantal heuprevisie ingrepen verricht als gevolg van een infectie of verdenking op infectie in het ziekenhuis waarbij alleen de kop en/of de insert is gereviseerd.
19
Aantal heuprevisie ingrepen verricht als gevolg van een infectie of verdenking op infectie in het ziekenhuis waarbij tenminste de cup en/of het femurcomponent is gereviseerd of verwijderd.
15
Aantal heuprevisie ingrepen verricht in het ziekenhuis waarbij alleen de kop en/of de insert is gereviseerd waarbij geen sprake was van infectie of verdenking op infectie in het ziekenhuis.
13
Aantal orthopedisch chirurgen dat heuprevisiechirurgie uitvoert. Wat is het aantal heuprevisie ingrepen per orthopedisch chirurg? Chirurg 1
38
Aantal orthopedisch chirurgen dat heuprevisiechirurgie uitvoert. Wat is het aantal heuprevisie ingrepen per orthopedisch chirurg? Chirurg 2
29
Aantal orthopedisch chirurgen dat heuprevisiechirurgie uitvoert. Wat is het aantal heuprevisie ingrepen per orthopedisch chirurg? Chirurg 3
12
Aantal orthopedisch chirurgen dat heuprevisiechirurgie uitvoert. Wat is het aantal heuprevisie ingrepen per orthopedisch chirurg? Chirurg 4
17
Aantal orthopedisch chirurgen dat heuprevisiechirurgie uitvoert. Wat is het aantal heuprevisie ingrepen per orthopedisch chirurg? Chirurg 5
10
Aantal orthopedisch chirurgen dat heuprevisiechirurgie uitvoert. Wat is het aantal heuprevisie ingrepen per orthopedisch chirurg? Chirurg 6
9
Aantal orthopedisch chirurgen dat primaire THP’s plaatst per ziekenhuislocatie. Hoeveel orthopedisch chirurgen op uw ziekenhuislocatie plaatsen primaire THP’s?
10
Aantal totale heupprothesen (THP) per ziekenhuislocatie
881
Gecorrigeerd percentage van het aantal patiënten die binnen 1 jaar na een primaire THP geplaatst in uw ziekenhuis heuprevisiechirurgie van de cup en/of het femurcomponent ondergaat (al dan niet in uw ziekenhuis) t.o.v het totale aantal patiënten dat een primaire THP krijgt in uw ziekenhuis (in de periode 1 januari t/m 31 december voorafgaand aan het verslagjaar). 95% Betrouwbaarheidsinterval Lower bound
1.3%
Gecorrigeerd percentage van het aantal patiënten die binnen 1 jaar na een primaire THP geplaatst in uw ziekenhuis heuprevisiechirurgie van de cup en/of het femurcomponent ondergaat (al dan niet in uw ziekenhuis) t.o.v het totale aantal patiënten dat een primaire THP krijgt in uw ziekenhuis (in de periode 1 januari t/m 31 december voorafgaand aan het verslagjaar). 95% Betrouwbaarheidsinterval Upper bound
3.2%
Gecorrigeerd percentage van het aantal patiënten die binnen 1 jaar na een primaire THP geplaatst in uw ziekenhuis heuprevisiechirurgie van de cup en/of het femurcomponent ondergaat (al dan niet in uw ziekenhuis) t.o.v het totale aantal patiënten dat een primaire THP krijgt in uw ziekenhuis (in de periode 1 januari t/m 31 december voorafgaand aan het verslagjaar). Gecorrigeerd percentage
2.2%
Hoeveel orthopedisch chirurgen voeren, op uw ziekenhuislocatie, heuprevisiechirurgie uit?
6
Percentage acetabulumcomponenten in ODEP-categorie 5A of hoger die gebruikt zijn bij de plaatsing van primaire THP bij patiënten met de indicatie artrose? Percentage acetabulumcomponenten in ODEP-categorie 5A of hoger.
100.0%(770/770)
Percentage diepe postoperatieve wondinfecties binnen 90 dagen na primaire THP ingreep (volgens definitie PREZIES).
0.7%(4/575)
Percentage gebruikte femurcomponenten met ODEP-categorie 5A of hoger en gebruikt bij de plaatsing van primaire THP’s bij patiënten met de indicatie artrose
99.9%(769/770)
Percentage primaire THP ingrepen waarbij de informatie in de LROI volledig is
100.0%(881/881)
Preoperatieve score heup PROMs o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. NRS-pijn activiteit. 95% Betrouwbaarheidsinterval Upper bound
7.1300
Preoperatieve score heup PROMs o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. NRS-pijn activiteit. Gemiddelde
6.9
Preoperatieve score heup PROMs o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. EQ-5D index score. 95% Betrouwbaarheidsinterval Lower bound
0.3800
Preoperatieve score heup PROMs o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. EQ-5D index score. 95% Betrouwbaarheidsinterval Upper bound
0.4400
Preoperatieve score heup PROMs o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. EQ-5D index score. Aantal (N)
420
Preoperatieve score heup PROMs o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. EQ-5D index score. Gemiddelde
0.4
Preoperatieve score heup PROMs o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. EQ-5D thermometer. 95% Betrouwbaarheidsinterval Lower bound
59.2800
Preoperatieve score heup PROMs o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. EQ-5D thermometer. 95% Betrouwbaarheidsinterval Upper bound
63.0400
Preoperatieve score heup PROMs o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. EQ-5D thermometer. Aantal (N)
420
Preoperatieve score heup PROMs o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. EQ-5D thermometer. Gemiddelde
61.2
Preoperatieve score heup PROMs o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. NRS-pijn activiteit. 95% Betrouwbaarheidsinterval Lower bound
6.6600
Preoperatieve score heup PROMs o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. NRS-pijn activiteit. Aantal (N)
422
Preoperatieve score heup PROMs o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. NRS-pijn rust. 95% Betrouwbaarheidsinterval Upper bound
5.4800
Preoperatieve score heup PROMs o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. NRS-pijn rust. 95% Betrouwbaarheidsinterval Lower bound
5.0000
Preoperatieve score heup PROMs o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. NRS-pijn rust. Aantal (N)
422
Preoperatieve score heup PROMs o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. NRS-pijn rust. Gemiddelde
5.2
Preoperatieve score heup PROMs o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. OHS som score. 95% Betrouwbaarheidsinterval Upper bound
21.5900
Preoperatieve score heup PROMs o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. OHS som score. 95% Betrouwbaarheidsinterval Lower bound
20.0300
Preoperatieve score heup PROMs o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. OHS som score. Aantal (N)
422
Preoperatieve score heup PROMs o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. OHS som score. Gemiddelde
20.8
Responspercentage pre-operatief heup PROMs van patiënten met artrose bij wie een primaire totale heupprothese wordt geplaatst.
54.8%(422/770)
Verschilscore tussen heup PROM preoperatief en 12 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. EQ-5D index score. 95% Betrouwbaarheidsinterval Upper bound
0.4000
Verschilscore tussen heup PROM preoperatief en 12 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. EQ-5D index score. 95% Betrouwbaarheidsinterval Lower bound
0.3300
Verschilscore tussen heup PROM preoperatief en 12 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. EQ-5D index score. Aantal (N)
192
Verschilscore tussen heup PROM preoperatief en 12 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. EQ-5D index score. Gemiddelde
0.4
Verschilscore tussen heup PROM preoperatief en 12 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. EQ-5D thermometer. 95% Betrouwbaarheidsinterval Upper bound
12.6500
Verschilscore tussen heup PROM preoperatief en 12 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. EQ-5D thermometer. 95% Betrouwbaarheidsinterval Lower bound
8.1500
Verschilscore tussen heup PROM preoperatief en 12 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. EQ-5D thermometer. Aantal (N)
189
Verschilscore tussen heup PROM preoperatief en 12 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. EQ-5D thermometer. Gemiddelde
10.4
Verschilscore tussen heup PROM preoperatief en 12 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. NRS-pijn activiteit. 95% Betrouwbaarheidsinterval Upper bound
5.6600
Verschilscore tussen heup PROM preoperatief en 12 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. NRS-pijn activiteit. 95% Betrouwbaarheidsinterval Lower bound
5.1500
Verschilscore tussen heup PROM preoperatief en 12 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. NRS-pijn activiteit. Aantal (N)
200
Verschilscore tussen heup PROM preoperatief en 12 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. NRS-pijn activiteit. Gemiddelde
5.4
Verschilscore tussen heup PROM preoperatief en 12 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. NRS-pijn rust. 95% Betrouwbaarheidsinterval Upper bound
4.3400
Verschilscore tussen heup PROM preoperatief en 12 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. NRS-pijn rust. 95% Betrouwbaarheidsinterval Lower bound
3.7900
Verschilscore tussen heup PROM preoperatief en 12 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. NRS-pijn rust. Aantal (N)
200
Verschilscore tussen heup PROM preoperatief en 12 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. NRS-pijn rust. Gemiddelde
4.1
Verschilscore tussen heup PROMs preoperatief en 12 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. OHS som score. 95% Betrouwbaarheidsinterval Upper bound
17.8900
Verschilscore tussen heup PROMs preoperatief en 12 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. OHS som score. 95% Betrouwbaarheidsinterval Lower bound
16.2300
Verschilscore tussen heup PROMs preoperatief en 12 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. OHS som score. Aantal (N)
200
Verschilscore tussen heup PROMs preoperatief en 12 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. OHS-PS som score. Gemiddelde
17.1
Verschilscore tussen heup PROMs preoperatief en 3 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. EQ-5D index score. 95% Betrouwbaarheidsinterval Upper bound
0.3700
Verschilscore tussen heup PROMs preoperatief en 3 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. EQ-5D index score. 95% Betrouwbaarheidsinterval Lower bound
0.3100
Verschilscore tussen heup PROMs preoperatief en 3 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. EQ-5D index score. Aantal (N)
272
Verschilscore tussen heup PROMs preoperatief en 3 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. EQ-5D index score. Gemiddelde
0.3
Verschilscore tussen heup PROMs preoperatief en 3 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. EQ-5D thermometer. 95% Betrouwbaarheidsinterval Upper bound
14.4100
Verschilscore tussen heup PROMs preoperatief en 3 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. EQ-5D thermometer. 95% Betrouwbaarheidsinterval Lower bound
10.8400
Verschilscore tussen heup PROMs preoperatief en 3 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. EQ-5D thermometer. Aantal (N)
261
Verschilscore tussen heup PROMs preoperatief en 3 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. EQ-5D thermometer. Gemiddelde
12.6
Verschilscore tussen heup PROMs preoperatief en 3 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. NRS-pijn activiteit. 95% Betrouwbaarheidsinterval Upper bound
5.1900
Verschilscore tussen heup PROMs preoperatief en 3 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. NRS-pijn activiteit. 95% Betrouwbaarheidsinterval Lower bound
4.7400
Verschilscore tussen heup PROMs preoperatief en 3 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. NRS-pijn activiteit. Aantal (N)
276
Verschilscore tussen heup PROMs preoperatief en 3 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. NRS-pijn activiteit. Gemiddelde
5.0
Verschilscore tussen heup PROMs preoperatief en 3 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. NRS-pijn rust. 95% Betrouwbaarheidsinterval Upper bound
3.9900
Verschilscore tussen heup PROMs preoperatief en 3 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. NRS-pijn rust. 95% Betrouwbaarheidsinterval Lower bound
3.4900
Verschilscore tussen heup PROMs preoperatief en 3 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. NRS-pijn rust. Aantal (N)
276
Verschilscore tussen heup PROMs preoperatief en 3 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. NRS-pijn rust. Gemiddelde
3.7
Verschilscore tussen heup PROMs preoperatief en 3 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. OHS som score. 95% Betrouwbaarheidsinterval Upper bound
13.2900
Verschilscore tussen heup PROMs preoperatief en 3 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. OHS som score. 95% Betrouwbaarheidsinterval Lower bound
11.7800
Verschilscore tussen heup PROMs preoperatief en 3 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. OHS som score. Aantal (N)
278
Verschilscore tussen heup PROMs preoperatief en 3 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. OHS som score. Gemiddelde
12.5
Werden in het verslagjaar acetabulumcomponenten geplaatst uit een ODEP-categorie lager dan 5A zonder dat hierbij deelgenomen wordt aan wetenschappelijk onderzoek?
0.0000
Werden in het verslagjaar femurcomponenten geplaatst uit een ODEP-categorie lager dan 5A zonder dat hierbij deelgenomen wordt aan wetenschappelijk onderzoek?
0.0000
In opzet curatieve behandeling prostaatcarcinoom
Door hoeveel urologen werden in het verslagjaar op uw ziekenhuislocatie radicale prostatectomieën uitgevoerd?
3
Het aantal patiënten dat een radicale prostatectomie onderging, waarbij binnen 30 dagen na de primaire behandeling complicaties zijn opgetreden met Clavien-Dindo score 3 en/of 4, waarbij de hoogste score per patiënt wordt meegenomen.
Voor de teller wordt uitgegaan van de populatie patiënten verzameld onder de noemer. Selecteer de patiënten bij wie binnen 30 dagen na radicale prostatectomie Clavien Dindo 3 en/of 4 geregistreerd is en neem enkel de hoogste score mee. Patiënten met score 5 worden niet meegenomen, die komen in teller 2b terug.
2.4%(4/165)
Het aantal patiënten dat een radicale prostatectomie onderging, waarbij binnen 30 dagen na de primaire behandeling complicaties zijn opgetreden met Clavien-Dindo score 5.
Voor de teller wordt uitgegaan van de populatie patiënten verzameld onder de noemer. Selecteer de patiënten bij wie binnen 30 dagen na radicale prostatectomie Clavien Dindo score 5 geregistreerd is (overleden).
0.0%(0/165)
Het percentage patiënten dat de PROM vragenlijst op baseline heeft ontvangen vanuit het ziekenhuis/ de zorgverlener en ingevuld retour heeft gestuurd.
91.5%(151/165)
Het percentage patiënten dat de PROMS voor prostaatkanker 12 maanden na prostatectomie/radiotherapie invult en retour stuurt aan de zorgverlener/het ziekenhuis.
85.8%(163/190)
Het percentage patiënten met cT1c-cT2a, Gleason score <7,
iPSA <10 ng/mL behandeld met radiotherapie en/of radicale
prostatectomie en/of systemische en of focale therapie ten
opzicht van het totaal aantal patiënten met cT1c-cT2a, Gleason score <7, iPSA <10 ng/mL.
16.3%(7/43)
Hoeveel radicale prostatectomieën voor prostaatkanker werden in het verslagjaar op uw ziekenhuislocatie verricht?
165
Percentage patiënten, na radicale prostatectomie, dat 6 maanden (plus of min 1 maand) na operatie een PSA heeft dat >0.1 ng/ml is.
5.5%(9/163)
Worden PROMS voor prostaatkanker structureel met patiënten besproken in de spreekkamer?
1.0000
Knieprothese
Aantal knierevisie ingrepen verricht als gevolg van een infectie of verdenking op infectie in het ziekenhuis waarbij alleen de insert is gereviseerd.
8
Aantal knierevisie ingrepen verricht als gevolg van een infectie of verdenking op infectie in het ziekenhuis waarbij tenminste de tibia- en/of de femurcomponent is gereviseerd of verwijderd.
10
Aantal knierevisie ingrepen verricht in het ziekenhuis waarbij alleen de insert is gereviseerd en waarbij geen sprake was van infectie of verdenking op infectie.
15
Aantal knierevisie ingrepen verricht in het ziekenhuis waarbij alleen de patella is gereviseerd of bijgeplaatst (met/zonder insertwissel) en waarbij geen sprake was van infectie of verdenking op infectie.
6
Aantal knierevisie ingrepen verricht in het ziekenhuis waarbij tenminste de tibia- en/of de femurcomponent is gereviseerd of verwijderd en waarbij geen sprake was van infectie of verdenking op infectie.
43
Aantal orthopedisch chirurgen dat knierevisiechirurgie uitvoert. Hoeveel orthopedisch chirurgen voeren, op uw ziekenhuislocatie, knierevisiechirurgie uit?
3
Aantal orthopedisch chirurgen dat knierevisiechirurgie uitvoert. Wat is het aantal knierevisie ingrepen per orthopedisch chirurg? Chirurg 1
44
Aantal orthopedisch chirurgen dat knierevisiechirurgie uitvoert. Wat is het aantal knierevisie ingrepen per orthopedisch chirurg? Chirurg 2
29
Aantal orthopedisch chirurgen dat knierevisiechirurgie uitvoert. Wat is het aantal knierevisie ingrepen per orthopedisch chirurg? Chirurg 3
9
Aantal orthopedisch chirurgen dat primaire knieprothesen plaatst per ziekenhuislocatie. Hoeveel orthopedisch chirurgen op uw ziekenhuislocatie plaatsen primaire knieprothesen?
8
Aantal totale knieprothesen (TKP) per ziekenhuislocatie
645
Aantal unicondylaire knieprothesen (UKP) per ziekenhuislocatie
84
Gecorrigeerd percentage van het aantal patiënten die binnen drie jaar na een primaire TKP geplaatst in uw ziekenhuis knierevisiechirurgie ondergaat waarbij tenminste de tibia- en/of de femurcomponent is gereviseerd (al dan niet in uw ziekenhuis). 95% Betrouwbaarheidsinterval Lower bound
0.5%
Gecorrigeerd percentage van het aantal patiënten die binnen drie jaar na een primaire TKP geplaatst in uw ziekenhuis knierevisiechirurgie ondergaat waarbij tenminste de tibia- en/of de femurcomponent is gereviseerd (al dan niet in uw ziekenhuis). 95% Betrouwbaarheidsinterval Upper bound
2.7%
Gecorrigeerd percentage van het aantal patiënten die binnen drie jaar na een primaire TKP geplaatst in uw ziekenhuis knierevisiechirurgie ondergaat waarbij tenminste de tibia- en/of de femurcomponent is gereviseerd (al dan niet in uw ziekenhuis). Gecorrigeerd percentage.
1.6%
Percentage diepe postoperatieve wondinfecties binnen 90 dagen na primaire TKP ingreep (volgens definitie PREZIES)
0.5%(2/369)
Percentage gebruikte totale knieprothesen met ODEP-categorie 5A of hoger geplaatst bij patiënten met de indicatie artrose
96.7%(589/609)
Percentage primaire TKP ingrepen waarbij de informatie in de LROI volledig is.
100.0%(645/645)
Preoperatievescore knie PROMs o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst. EQ-5D index score. 95% Betrouwbaarheidsinterval Lower bound
0.4200
Preoperatievescore knie PROMs o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst. EQ-5D index score. 95% Betrouwbaarheidsinterval Upper bound
0.4900
Preoperatievescore knie PROMs o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst. EQ-5D index score. Aantal (N)
349
Preoperatievescore knie PROMs o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst. EQ-5D index score. Gemiddelde
0.5
Preoperatievescore knie PROMs o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst. EQ-5D thermometer. 95 % Betrouwbaarheidsinterval Upper bound
66.8900
Preoperatievescore knie PROMs o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst. EQ-5D thermometer. 95% Betrouwbaarheidsinterval Lower bound
63.1000
Preoperatievescore knie PROMs o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst. EQ-5D thermometer. Aantal (N)
349
Preoperatievescore knie PROMs o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst. EQ-5D thermometer. Gemiddelde
65.0
Preoperatievescore knie PROMs o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst. NRS-pijn activiteit. 95 % Betrouwbaarheidsinterval Upper bound
7.1500
Preoperatievescore knie PROMs o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst. NRS-pijn activiteit. 95% Betrouwbaarheidsinterval Lower bound
6.6700
Preoperatievescore knie PROMs o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst. NRS-pijn activiteit. Aantal (N)
353
Preoperatievescore knie PROMs o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst. NRS-pijn activiteit. Gemiddelde
6.9
Preoperatievescore knie PROMs o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst. NRS-pijn rust. 95 % Betrouwbaarheidsinterval Upper bound
5.1100
Preoperatievescore knie PROMs o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst. NRS-pijn rust. 95% Betrouwbaarheidsinterval Lower bound
4.5700
Preoperatievescore knie PROMs o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst. NRS-pijn rust. Aantal (N)
353
Preoperatievescore knie PROMs o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst. NRS-pijn rust. Gemiddelde
4.8
Preoperatievescore knie PROMs o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst. OKS som score. 95 % Betrouwbaarheidsinterval Upper bound
22.2000
Preoperatievescore knie PROMs o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst. OKS som score. 95% Betrouwbaarheidsinterval Lower bound
20.5200
Preoperatievescore knie PROMs o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst. OKS som score. Aantal (N)
353
Preoperatievescore knie PROMs o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst. OKS som score. Gemiddelde
21.4
Responspercentage pre-operatief knie PROMs van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst.
58.0%(353/609)
Verschilscore tussen knie PROM preoperatief en 12 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst OKS som score. 95 % Betrouwbaarheidsinterval Upper bound
14.4300
Verschilscore tussen knie PROM preoperatief en 12 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst OKS som score. 95% Betrouwbaarheidsinterval Lower bound
12.7100
Verschilscore tussen knie PROM preoperatief en 12 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst OKS som score. Aantal (N)
162
Verschilscore tussen knie PROM preoperatief en 12 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst OKS som score. Gemiddelde
13.6
Verschilscore tussen knie PROM preoperatief en 12 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst. EQ-5D index score. 95 % Betrouwbaarheidsinterval Upper bound
0.3200
Verschilscore tussen knie PROM preoperatief en 12 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst. EQ-5D index score. 95% Betrouwbaarheidsinterval Lower bound
0.2500
Verschilscore tussen knie PROM preoperatief en 12 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst. EQ-5D index score. Aantal (N)
157
Verschilscore tussen knie PROM preoperatief en 12 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst. EQ-5D index score. Gemiddelde
0.3
Verschilscore tussen knie PROM preoperatief en 12 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst. EQ-5D thermometer. 95 % Betrouwbaarheidsinterval Upper bound
9.1800
Verschilscore tussen knie PROM preoperatief en 12 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst. EQ-5D thermometer. 95% Betrouwbaarheidsinterval Lower bound
5.1500
Verschilscore tussen knie PROM preoperatief en 12 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst. EQ-5D thermometer. Aantal (N)
147
Verschilscore tussen knie PROM preoperatief en 12 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst. EQ-5D thermometer. Gemiddelde
7.2
Verschilscore tussen knie PROM preoperatief en 12 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst. NRS-pijn activiteit. 95 % Betrouwbaarheidsinterval Upper bound
5.4100
Verschilscore tussen knie PROM preoperatief en 12 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst. NRS-pijn activiteit. 95% Betrouwbaarheidsinterval Lower bound
4.8800
Verschilscore tussen knie PROM preoperatief en 12 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst. NRS-pijn activiteit. Aantal (N)
162
Verschilscore tussen knie PROM preoperatief en 12 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst. NRS-pijn activiteit. Gemiddelde
5.2
Verschilscore tussen knie PROM preoperatief en 12 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst. NRS-pijn rust. 95 % Betrouwbaarheidsinterval Upper bound
3.9400
Verschilscore tussen knie PROM preoperatief en 12 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst. NRS-pijn rust. 95% Betrouwbaarheidsinterval Lower bound
3.3300
Verschilscore tussen knie PROM preoperatief en 12 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst. NRS-pijn rust. Aantal (N)
162
Verschilscore tussen knie PROM preoperatief en 12 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst. NRS-pijn rust. Gemiddelde
3.6
Verschilscore tussen knie PROM preoperatief en 6 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst EQ-5D index score. 95 % Betrouwbaarheidsinterval Upper bound
0.3000
Verschilscore tussen knie PROM preoperatief en 6 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst EQ-5D index score. 95% Betrouwbaarheidsinterval Lower bound
0.2400
Verschilscore tussen knie PROM preoperatief en 6 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst EQ-5D index score. Aantal (N)
232
Verschilscore tussen knie PROM preoperatief en 6 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst EQ-5D index score. Gemiddelde
0.3
Verschilscore tussen knie PROM preoperatief en 6 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst EQ-5D thermometer. 95 % Betrouwbaarheidsinterval Upper bound
10.0700
Verschilscore tussen knie PROM preoperatief en 6 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst EQ-5D thermometer. 95% Betrouwbaarheidsinterval Lower bound
6.6000
Verschilscore tussen knie PROM preoperatief en 6 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst EQ-5D thermometer. Aantal (N)
215
Verschilscore tussen knie PROM preoperatief en 6 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst EQ-5D thermometer. Gemiddelde
8.3
Verschilscore tussen knie PROM preoperatief en 6 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst NRS-pijn activiteit. 95 % Betrouwbaarheidsinterval Upper bound
4.4400
Verschilscore tussen knie PROM preoperatief en 6 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst NRS-pijn activiteit. 95% Betrouwbaarheidsinterval Lower bound
4.0100
Verschilscore tussen knie PROM preoperatief en 6 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst NRS-pijn activiteit. Aantal (N)
238
Verschilscore tussen knie PROM preoperatief en 6 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst NRS-pijn activiteit. Gemiddelde
4.2
Verschilscore tussen knie PROM preoperatief en 6 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst NRS-pijn rust. 95 % Betrouwbaarheidsinterval Upper bound
3.1400
Verschilscore tussen knie PROM preoperatief en 6 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst NRS-pijn rust. 95% Betrouwbaarheidsinterval Lower bound
2.6500
Verschilscore tussen knie PROM preoperatief en 6 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst NRS-pijn rust. Aantal (N)
238
Verschilscore tussen knie PROM preoperatief en 6 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst NRS-pijn rust. Gemiddelde
2.9
Verschilscore tussen knie PROM preoperatief en 6 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst OKS som score. 95 % Betrouwbaarheidsinterval Upper bound
11.7900
Verschilscore tussen knie PROM preoperatief en 6 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst OKS som score. 95% Betrouwbaarheidsinterval Lower bound
10.4600
Verschilscore tussen knie PROM preoperatief en 6 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst OKS som score. Aantal (N)
227
Verschilscore tussen knie PROM preoperatief en 6 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst OKS som score. Gemiddelde
11.1
Werden in het verslagjaar knieprothesen geplaatst uit een ODEP-categorie lager dan 5A zonder dat hierbij deelgenomen wordt aan wetenschappelijk onderzoek?
0.0000
Lage Rug Hernia
Is er een pijnpoli* beschikbaar in de instelling waar de operatie heeft plaatsgevonden?
1.0000
Maken de onderstaande zorgprofessionals deel uit van het multidisciplinair rugteam? - Anesthesioloog / pijnspecialist
1.0000
Maken de onderstaande zorgprofessionals deel uit van het multidisciplinair rugteam? - Neurochirurg
1.0000
Maken de onderstaande zorgprofessionals deel uit van het multidisciplinair rugteam? - Neuroloog
1.0000
Maken de onderstaande zorgprofessionals deel uit van het multidisciplinair rugteam? - Orthopedisch chirurg
1.0000
Maken de onderstaande zorgprofessionals deel uit van het multidisciplinair rugteam? - Physician assistant / verpleegkundig specialist /Gespecialiseerd verpleegkundige
1.0000
Maken de onderstaande zorgprofessionals deel uit van het multidisciplinair rugteam? - Radioloog
1.0000
Percentage verrichtingen waarbij binnen 30 dagen na operatie een re-operatie* heeft ondergaan na ongeïnstrumenteerde lumbale wervelkolomchirurgie voor degeneratieve lage rug aandoeningen.
0.0%(0/334)
Percentage verrichtingen waarbij direct na de operatie sprake is van een toename van motorische uitval.
0.3%(1/334)
Percentage verrichtingen waarbij een nabloeding is opgetreden waarvoor aanvullend medisch handelen* noodzakelijk is, waaronder verlengde opnameduur.
0.0%(0/334)
Percentage verrichtingen waarbij tijdens de operatie een diepe wondinfectie (reinterventie & positieve kweek) is opgetreden waarvoor aanvullend medisch handelen* noodzakelijk is, waaronder verlengde opnameduur.
1.5%(5/334)
Percentage verrichtingen waarbij tijdens de operatie een liquorlekkage is opgetreden waarvoor aanvullend medisch handelen* noodzakelijk is, waaronder verlengde opnameduur.
0.6%(2/334)
Wordt de uitkomst van de ingreep gecontroleerd middels de volgende PROM vragenlijsten: ODI, NRS en EQ5D op de volgende meetmomenten: Postoperatief**
1.0000
Wordt de uitkomst van de ingreep gecontroleerd middels de volgende PROM vragenlijsten: ODI, NRS en EQ5D op de volgende meetmomenten: Preoperatief*
1.0000
Longcarcinoom
Het aantal anatomische parenchymresecties* in de vorm van een segmentresectie, lobectomie of pneumonectomie, dat is verricht vanwege benigne of maligne pathologie.
122
Het aantal nieuwe patiënten met een primair longcarcinoom* in de DLCA-L dat wordt geregistreerd.
492
Percentage patiënten dat binnen 30 dagen of binnen dezelfde ziekenhuisopname na resectie vanwege een longcarcinoom* is overleden.
4.5%(9/207)
Percentage patiënten met een klinisch stadium III NSCLC -en in opzet curatieve behandeling- dat beeldvorming van de hersenen heeft ondergaan.
100.0%(47/47)
Percentage patiënten waarbij een gecompliceerd beloop* na resectie vanwege een longcarcinoom** is opgetreden.
13.6%(29/207)
Percentage patiënten, met een stadium* IV, pathologisch bewezen adenocarcinoom**, niet in aanmerking komend voor curatieve behandeling, waarbij moleculaire diagnostiek is verricht.
100.0%(91/91)
Mammacarcinoom
Hoeveel gecertificeerde internist-oncologen werkzaam op uw ziekenhuislocatie hebben in het verslagjaar borstkankerpatiënten behandeld?
3
Hoeveel gecertificeerde oncologisch chirurgen werkzaam op uw ziekenhuislocatie hebben in het verslagjaar borstkankerpatiënten behandeld?
4
Hoeveel plastisch chirurgen op uw ziekenhuislocatie behandelen patienten met borstkanker?
5
Is er gedocumenteerde samenwerking met/ betrokkenheid bij het MDO van een afdeling klinische genetica?
1.0000
Is het uitvragen van familieanamnese, assessment van de verwijscriteria, de mogelijkheid van genetisch onderzoek en van spoed counseling en DNA-diagnostiek structureel opgenomen in het zorgpad?
1.0000
Mediane doorlooptijd in kalenderdagen tussen datum biopt
waarop diagnose is gesteld** en eerste operatie berekend over
alle patiënten met invasief borstkanker* zonder metastasen op
afstand die als eerste behandeling een operatie hebben
ondergaan met een directe reconstructie (excl. neoadjuvante
systemische therapie (chemotherapie/Her2 blokkade))***.
35.0000
Mediane doorlooptijd in kalenderdagen tussen datum biopt waarop diagnose is gesteld** en eerste operatie berekend over alle patiënten met invasief borstkanker* zonder metastasen op afstand die als eerste behandeling een operatie hebben ondergaan (excl. neoadjuvante systemische behandeling (chemotherapie/Her2 blokkade) en excl. directe reconstructie)***.
28.0000
Mediane doorlooptijd in kalenderdagen tussen datum biopt waarop diagnose is gesteld** en start neoadjuvante systemische therapie (chemotherapie/Her2 blokkade) berekend over alle patiënten met invasief borstkanker* zonder metastasen op afstand die gestart zijn met neoadjuvante systemische therapie (chemotherapie/Her2 blokkade)***.
28.5000
Mediane doorlooptijd van in kalenderdagen tussen datum biopt waarop diagnose is gesteld** en start primaire behandeling (neoadjuvant systemische therapie (chemotherapie/Her2 blokkade) of operatief) berekend over alle patiënten met invasief borstkanker* zonder metastasen op afstand in de NBCA (b+c+d)***.
28.0000
Percentage patiënten dat heeft deelgenomen aan de Patient Reported Outcome Measures (PROM) vragenlijst.
0.0%(0/462)
Percentage patiënten met een directe reconstructie met autoloog weefsel na een ablatio voor DCIS, waarbij de reconstructie is uitgevoerd door een plastisch chirurg.
16.7%(2/12)
Percentage patiënten met een directe reconstructie met autoloog weefsel na een ablatio voor invasief borstkanker*, zonder metastasen op afstand, waarbij de reconstructie is uitgevoerd door een plastisch chirurg.
4.8%(4/83)
Percentage patiënten met een directe reconstructie met een combinatie van prothese en autoloog weefsel na een ablatio voor DCIS, waarbij de reconstructie is uitgevoerd door een plastisch chirurg.
0.0%(0/12)
Percentage patiënten met een directe reconstructie met een combinatie van prothese en autoloog weefsel na een ablatio voor invasief borstkanker* zonder metastasen op afstand, waarbij de reconstructie is uitgevoerd door een plastisch chirurg.
0.0%(0/83)
Percentage patiënten met een directe reconstructie met prothese na een ablatio voor DCIS, waarbij de reconstructie is uitgevoerd door een plastisch chirurg.
0.0%(0/12)
Percentage patiënten met een directe reconstructie met prothese na een ablatio voor invasief borstkanker* zonder metastasen op afstand, waarbij de reconstructie is uitgevoerd door een plastisch chirurg.
1.2%(1/83)
Percentage patiënten met een directe reconstructie na aan
ablatio voor DCIS, waarbij de reconstructie is uitgevoerd door
een plastisch chirurg (b+c+d+e).
16.7%(2/12)
Percentage patiënten met een directe reconstructie na een
ablatio voor invasief borstkanker* zonder metastasen op
afstand, waarbij de reconstructie is uitgevoerd door een
plastisch chirurg (b+c+d+e).
6.0%(5/83)
Percentage patiënten met een directe reconstructie na een ablatio voor DICS, zonder metastasen op afstand, waarbij het type reconstructie onbekend is.
0.0%(0/12)
Percentage patiënten met een directe reconstructie na een ablatio voor invasief borstkanker* zonder metastasen op afstand, waarbij het type reconstructie onbekend is.
0.0%(0/83)
Percentage patiënten met neoadjuvante systemische therapie (chemotherapie/Her2 blokkade) dat binnen 28 dagen na start van deze behandeling gezien wordt door de radiotherapeut.
84.6%(55/65)
Percentage patiënten onder de 70 jaar met een cT2/3/4 any N M0 triple negatief of Her2/Neu positieve invasief borstkanker zonder metastasen op afstand dat neoadjuvant systemische therapie (chemotherapie/Her2 blokkade) ontvangt.
100.0%(23/23)
Wat is het totaal aantal nieuw gediagnosticeerde patiënten met invasief borstkanker of DCIS dat op uw ziekenhuislocatie operatief is behandeld in het geldende NBCA jaar?
320
Melanoom
Aantal irresectabel III/IV patiënten onder behandeling bij een melanoomcentrum**.
98
Aantal nieuwe irresectabel III/IV patiënten per melanoomcentrum*.
34
Aantal nieuwe resectabele stadium III/IV patiënten dat in
aanmerking komt voor (neo)adjuvante therapie per
melanoomcentrum***.
23
Percentage geïncludeerde patiënten in de klinische registratie van de DMTR dat binnen 6 maanden na start therapie heeft deelgenomen aan de PROMs vragenlijsten. PROMs gemeten met de EQ-5D-5L en FACT-M en de (FACT-G of EORTC QLQ-C30).
52.2%(12/23)
Percentage geïncludeerde patiënten in de klinische registratie van de DMTR dat binnen 6 maanden na start therapie heeft deelgenomen aan de PROMs vragenlijsten. PROMs gemeten met de EQ-5D-5L of de FACT-M of de (FACT-G of EORTC QLQ-C30).
52.2%(12/23)
Oncologie - SONCOS
Als een azoöspermie blijkt, wordt er dan aan de patiënt een radicale orchiectomie en simultane oncoTESE ter fertiliteitpreservatie aangeboden in een centrum dat TESE verzorgt?
1.0000
Bij hoeveel patiënten vond er een schildklieroperatie plaats voor primair schildkliercarcinoom in het verslagjaar?
22
Heeft uw ziekenhuis met de behandeling van patiënten met kanker toegang tot een rookstoppoli?
1.0000
Hoeveel colonresecties werden op uw ziekenhuislocatie verricht in het verslagjaar?
273
Hoeveel fte gynaecoloog-oncologen werken er in uw ziekenhuis?
1.0000
Hoeveel hersentumor gerelateerde operaties voerde het in uw multidisciplinaire bespreking participerende neurochirurgisch centrum uit in het verslagjaar?
223
Hoeveel nieuw met longcarcinoom gediagnosticeerde patiënten werden er in het verslagjaar in uw ziekenhuis behandeld?
492
Hoeveel nieuwe patiënten met een glioom werden er in het verslagjaar in het (regionale) multidisciplinaire overleg besproken?
137
Hoeveel nieuwe patiënten met niercelcarcinoom werden er in totaal op uw ziekenhuislocatie gediagnosticeerd of behandeld in het verslagjaar?
70
Hoeveel nieuwe patiënten met stadium I testiscarcinoom werden er in totaal op uw ziekenhuislocatie behandeld in het verslagjaar?
19
Hoeveel nieuwe patiënten met testiscarcinoom hoger dan stadium I (primair danwel recidief) werden er op uw ziekenhuislocatie behandeld in het verslagjaar?
5
Hoeveel nieuwe patiënten werden primair chirurgisch behandeld voor weke delen tumoren op uw ziekenhuislocatie in het verslagjaar?
37
Hoeveel operaties voor (bij)schildklierafwijkingen vonden er op uw ziekenhuislocatie plaats in het verslagjaar?
113
Hoeveel operatieve oncologische ingrepen* aan de nier werden er op uw ziekenhuislocatie verricht in het verslagjaar?
82
Hoeveel partiële nefrectomieen werden er op uw ziekenhuislocatie verricht in het verslagjaar?
27
Hoeveel patiënten met een gemetastaseerd melanoom worden systemisch behandeld, zowel palliatief als adjuvant?
57
Hoeveel patiënten met niercelcarcinoom werden er op uw ziekenhuislocatie systemisch behandeld in het verslagjaar?
62
Hoeveel patiënten met niertumoren werden er in een gestructureerd MDO besproken in het verslagjaar?
70
Hoeveel patiënten* heeft uw instelling met immunotherapie met immuun-checkpoint inhibitors behandeld in het verslagjaar?
401
Hoeveel rectumresecties werden op uw ziekenhuislocatie verricht in het verslagjaar?
56
Is er in uw ziekenhuis voor iedere patiënt tenminste een vast aanspreekpunt c.q. casemanager* in de keten?
1.0000
Is uw instelling een referentiecentrum voor weke delen tumoren (=intermediaire tumoren en sarcomen)?
0.0000
Krijgen alle patiënten met een oncologische aandoening in uw ziekenhuis standaard psychosociale zorg aangeboden?
1.0000
Maakt het ziekenhuis deel uit van een netwerktumorwerkgroep niercelcarcinoomen wat verbonden is met de landelijke tumorwerkgroep niercelcarcinoom?
1.0000
Neemt uw zorginstelling deel aan de landelijke patiëntenregistratie DBTR (Dutch Brain Tumor Registry)?
1.0000
Welk percentage van de verpleegkundigen op de dagbehandeling* waar oncologische systeemtherapie worden toegediend, heeft de aantekening oncologie of volgt hiervoor de opleiding?
100.0%
Welk percentage van de verpleegkundigen op de klinische afdeling* interne geneeskunde waar oncologiepatiënten worden verpleegd, heeft de aantekening oncologie of volgt hiervoor de opleiding?
85.0%
Welke behandelingen voor longcarcinoom vinden er in uw ziekenhuis plaats? Longresecties
1.0000
Welke behandelingen voor longcarcinoom vinden er in uw ziekenhuis plaats? Radiotherapie
0.0000
Welke behandelingen voor longcarcinoom vinden er in uw ziekenhuis plaats? Systemische therapie
1.0000
Worden alle patiënten met een gemetastaseerd niercelcarcinoom van uw ziekenhuislocatie in het netwerk MDO besproken*?
1.0000
Worden alle patiënten met melanomen met een gynaecologische origine besproken in het gynaecologisch oncologisch MDO en het melanoom MDO?
1.0000
Worden alle patiënten met sarcomen met een gynaecologische origine besproken in het gynaecologisch oncologisch MDO en het sarcomen MDO?
1.0000
Worden alle patiënten met sarcomen met een gynaecologische origine vanuit uw ziekenhuislocatie verwezen naar het gynaecologisch oncologisch centrum?
1.0000
Wordt iedere patiënt met een recidief ovariumcarcinoom besproken met een internist-oncoloog uit een in Nederland erkend gynaecologisch oncologisch centrum?
1.0000
Zijn alle patiënten met een gynaecologische maligniteit in uw ziekenhuis, die voldoen aan de inclusie criteria van de DGOA, ingevoerd?
1.0000
Operatieve ingrepen stressincontinentie bij de vrouw
Percentage vrouwen dat aangeeft veel tot zeer veel verbeterd te zijn na chirurgische behandeling van hun stressincontinentie.
84.7%(116/137)
Osteoporose
Is er een fractuurpreventieteam aanwezig, bestaande uit: een verpleegkundige/verpleegkundig specialist/physician assistant (PA), een beschouwend specialist, een snijdend specialist die in een team samenwerken rondom het voorkomen van fracturen?
1.0000
Percentage patiënten van 50 jaar en ouder met een recente fractuur dat een jaar voorafgaand aan de fractuur tot zes maanden daarna een VFA-meting van de wervelkolom met behulp van DXA kreeg ter vaststelling van wervelfracturen
6.4%(268/4205)
Percentage patiënten van 50 jaar en ouder met een recente fractuur waarbij een jaar voorafgaand aan de fractuur tot zes maanden daarna een dexametrie is verricht.
28.1%(1181/4205)
Percutane Coronaire Interventie (PCI)
Percentage patiënten dat een electieve of acute PCI procedure heeft ondergaan, waarbij de informatie in de verplichte dataset van de PCI registratie (NHR) volledig is.
99.8%(924/926)
Percentage patiënten dat een index-PCI procedure heeft
ondergaan, waarbij ≤ 365 dagen na de interventie TVR is
opgetreden, zonder dat hierbij sprake was van een geplande gestageerde behandeling.
3.0%(30/869)
Percentage patiënten dat een index-PCI procedure heeft ondergaan, en die ≤ 30 dagen na de ingreep zijn overleden
2.1%(20/926)
Percentage patiënten dat een index-PCI procedure heeft ondergaan, en die ≤ 365 dagen na de ingreep zijn overleden
5.1%(46/914)
Perifeer Arterieel Vaatlijden
Hoeveel NVIR geregistreerde interventieradiologen met de aantekening vasculair zijn er werkzaam op de ziekenhuislocatie?
1
Hoeveel NVvV gecertificeerde vaatchirurgen met ook de endovasculaire aantekening zijn er werkzaam op de ziekenhuislocatie?
4
Hoeveel NVvV gecertificeerde vaatchirurgen zijn er werkzaam op de ziekenhuislocatie?
4
Hoeveel internisten met aantoonbare ervaring en erkende nascholing in de vasculaire geneeskunde zijn er werkzaam op de ziekenhuislocatie?
6
Is op uw ziekenhuislocatie een vasculair behandelteam beschikbaar met daarin minimaal de onder ‘definitie’ genoemde disciplines?
1.0000
Zijn er onder de bij E genoemde internisten internist-vasculair geneeskundigen?
1.0000
Zo ja, hoeveel?
2
Psoriasis
Hoeveel dermatologen op uw ziekenhuislocatie behandelden op de peildatum patiënten met psoriasis?
11
Hoeveel minuten worden er per patiënt met psoriasis ingepland voor een vervolgconsult bij de dermatoloog op uw ziekenhuislocatie?
15
Hoeveel minuten worden er per patiënt voor het eerste consult ingepland bij de dermatoloog op uw ziekenhuislocatie?
15
Hoeveel patiënten met psoriasis werden in het verslagjaar op uw ziekenhuislocatie behandeld door het specialisme Dermatologie?
2027
Percentage patiënten met psoriasis dat is behandeld met biologicals.
28.2%(571/2027)
Percentage patiënten met psoriasis dat lichttherapie heeft gekregen.
24.1%(489/2027)
Slokdarm- en maagcarcinoom
Aantal patiënten dat een operatie ondergaat vanwege een slokdarm- of maagcarcinoom. Maagcarcinoom: Aantal curatieve resecties, zoals bepaald aan het einde van de operatie.
16
Aantal patiënten dat een operatie ondergaat vanwege een slokdarm- of maagcarcinoom. Slokdarmcarcinoom: Aantal curatieve slokdarmresecties, zoals bepaald aan het einde van de operatie.
19
Het ziekenhuis neemt deel aan de verzameling van Patient Reported Outcome Measures (PROMs) in de klinische registratie van de DUCA.
1.0000
Mediane doorlooptijd bij patiënten die een operatie ondergaan vanwege een primair maagcarcinoom, niet verwezen vanuit een ander ziekenhuis.
45.0000
Mediane doorlooptijd bij patiënten die een operatie ondergaan vanwege een primair maagcarcinoom, verwezen vanuit een ander ziekenhuis.
54.0000
Mediane doorlooptijd bij patiënten die een operatie ondergaan vanwege een primair slokdarmcarcinoom, niet verwezen vanuit een ander ziekenhuis.
36.0000
Mediane doorlooptijd bij patiënten die een operatie ondergaan vanwege een primair slokdarmcarcinoom, verwezen vanuit een ander ziekenhuis.
36.5000
Percentage patienten dat een curatieve resectie ondergaat vanwege een primair maagcarcinoom, waarbij er sprake is van een gecompliceerd beloop (ongecorrigeerd).
17.2%(5/29)
Percentage patienten dat een curatieve resectie ondergaat vanwege een primair maagcarcinoom, waarbij er sprake is van een gecompliceerd beloop. (casemix gecorrigeerd)
16.4%(5/29)
Percentage patienten dat een curatieve resectie ondergaat vanwege een primair slokdarmcarcinoom, waarbij er sprake is van een gecompliceerd beloop (casemix gecorrigeerd)
36.4%(16/45)
Percentage patiënten dat een curatieve resectie ondergaat vanwege een primair maagcarcinoom, bij wie ≥ 15 lymfeklieren in het resectiepreparaat zijn beoordeeld.
100.0%(15/15)
Percentage patiënten dat een curatieve resectie ondergaat vanwege een primair maagcarcinoom, dat binnen 30 dagen na de operatie en/of tijdens de ziekenhuis opname overlijdt. ( ongecorrigeerd).
6.9%(2/29)
Percentage patiënten dat een curatieve resectie ondergaat vanwege een primair maagcarcinoom, dat binnen 30 dagen na de operatie en/of tijdens de ziekenhuis opname overlijdt. (casemix gecorrigeerd)
6.1%(2/29)
Percentage patiënten dat een curatieve resectie ondergaat vanwege een primair slokdarmcarcinoom, bij wie ≥ 15 lymfeklieren in het resectiepreparaat zijn beoordeeld.
94.1%(16/17)
Percentage patiënten dat een curatieve resectie ondergaat vanwege een primair slokdarmcarcinoom, dat binnen 30 dagen na de operatie en/of tijdens de ziekenhuis opname overlijdt. (casemix gecorrigeerd)
0.0%(0/45)
Percentage patiënten dat een curatieve resectie ondergaat vanwege een primair slokdarmcarcinoom, dat binnen 30 dagen na de operatie en/of tijdens de ziekenhuis opname overlijdt.(ongecorrigeerd)
0.0%(0/45)
Percentage patiënten dat een curatieve resectie ondergaat vanwege een primair slokdarmcarcinoom, waarbij er sprake is van een gecompliceerd beloop (ongecorrigeerd)
35.6%(16/45)
Percentage patiënten dat een curatieve resectie** ondergaat vanwege een primair maagcarcinoom, waarbij de snijranden vrij zijn van tumorcellen (R0 resectie*).
93.3%(14/15)
Percentage patiënten dat een curatieve resectie** ondergaat vanwege een primair maagcarcinoom.
100.0%(15/15)
Percentage patiënten dat een curatieve resectie** ondergaat vanwege een primair slokdarmcarcinoom, waarbij de snijranden vrij zijn van tumorcellen (R0 resectie*).
100.0%(17/17)
Percentage patiënten dat een curatieve resectie** ondergaat vanwege een primair slokdarmcarcinoom.
100.0%(17/17)
Percentage patiënten dat een in-opzet-curatieve resectie ondergaat vanwege een maagcarcinoom, waarbij sprake is van een textbook outcome. (casemix gecorrigeerd)
71.1%(20/30)
Percentage patiënten dat een in-opzet-curatieve resectie ondergaat vanwege een maagcarcinoom, waarbij sprake is van een textbook outcome. (ongecorrigeerd)
66.7%(20/30)
Percentage patiënten dat een in-opzet-curatieve resectie ondergaat vanwege een slokdarmcarcinoom, waarbij sprake is van een textbook outcome. (casemix gecorrigeerd)
54.4%(28/51)
Percentage patiënten dat een in-opzet-curatieve resectie ondergaat vanwege een slokdarmcarcinoom, waarbij sprake is van een textbook outcome. (ongecorrigeerd)
54.9%(28/51)
Spoedeisende Hulp
Aantal multitraumapatiënten (Injury Severity Score >15) opgevangen op de afdeling spoedeisende hulp (SEH) van de ziekenhuislocatie in het verslagjaar.
93
Voldoet uw instelling aan de volgende eisen voor behandeling van RAAA: 24/7 endovasculair gecertificeerd vaatchirurg beschikbaar?
1.0000
Voldoet uw instelling aan de volgende eisen voor behandeling van RAAA: wordt het minimale aantal aorta aneurysma behandelingen van 40 per jaar behaald?
1.0000
Veneuze ziekten
Biedt uw locatie de volgende behandelingen aan bij patiënten met acuut diep veneuze ziekten? A. Thrombolyse met of zonder stenting voor DVT
0.0000
Biedt uw locatie de volgende behandelingen aan bij patiënten met acuut diep veneuze ziekten? B. Open thrombectomie met of zonder stenting voor DVT
0.0000
Biedt uw locatie de volgende behandelingen aan bij patiënten met acuut diep veneuze ziekten? C. Aanleggen AV fistel in de lies
0.0000
Biedt uw locatie de volgende interventies aan bij patiënten met chronisch diep veneuze ziekten? A. Embolisatie vena ovarica of andere venen i.v.m. PCS
0.0000
Biedt uw locatie de volgende interventies aan bij patiënten met chronisch diep veneuze ziekten? B. Stenten MTS
0.0000
Biedt uw locatie de volgende interventies aan bij patiënten met chronisch diep veneuze ziekten? C. Recanalisatie en stenten iliacaal trajecten i.v.m. PTS
0.0000
Biedt uw locatie de volgende interventies aan bij patiënten met chronisch diep veneuze ziekten? D. Recanalisatie en stenten VCI i.v.m. PTS
0.0000
Biedt uw locatie de volgende interventies aan bij patiënten met chronisch diep veneuze ziekten? E. Endophlebectomie van de vena femoralis communis
0.0000
Biedt uw locatie de volgende interventies aan bij patiënten met chronisch diep veneuze ziekten? F. Aanleggen AV fistel in de lies
0.0000
Biedt uw locatie de volgende interventies aan bij patiënten met chronisch diep veneuze ziekten? G. Klep reconstructies i.v.m. DVI
0.0000
Biedt uw locatie de volgende interventies aan bij patiënten met chronisch diep veneuze ziekten? H. Stenting obstructies vena subclavia, VCS
0.0000
Percentage patiënten met een ulcus cruris waarbij de arteriële status is vastgelegd door middel van duplexonderzoek of een enkel/arm index meting, maximaal een jaar voorafgaand aan de behandeling.
89.3%(50/56)
Percentage patiënten met een ulcus cruris waarbij een duplexonderzoek van het oppervlakkige en het diepe systeem werd uitgevoerd, maximaal een jaar voorafgaand aan de behandeling.
82.1%(46/56)
Scoort uw /locatie de ernst van veneuze pathologie middels een kwantitatieve klinische score?
1.0000
Voert uw locatie PROM metingen uit bij patiënten die behandeld zijn voor veneuze ziekten?
0.0000
Welke kwantitatieve klinische score gebruikt u? CEAP (alleen de C)
1.0000
Welke kwantitatieve klinische score gebruikt u? VCSS
0.0000
Welke kwantitatieve klinische score gebruikt u? Villalta
0.0000
Voorste kruisband en arthroscopie van de knie
Hoeveel voorste kruisbandreconstructies werden door orthopeden en chirurgen uitgevoerd op deze ziekenhuislocatie in het verslagjaar?
187
Percentage patiënten dat binnen 1 jaar na artroscopie een heroperatie aan dezelfde knie heeft ondergaan
3.2%(14/440)
Percentage patiënten dat een artroscopie van de knie heeft ondergaan in het verslagjaar en 50 jaar of ouder was.
1.2%(5/403)
Ziekten van Adenoïd en Tonsillen
Percentage patiënten bij wie een (adeno)tonsillectomie heeft plaatsgevonden en dat binnen 14 dagen na de ingreep een heroperatie heeft ondergaan ten gevolge van een nabloeding
3.4%(17/500)
Percentage patiënten bij wie een adenotomie heeft plaatsgevonden en dat binnen 14 dagen na de ingreep een heroperatie heeft ondergaan ten gevolge van een nabloeding
0.0%(0/205)
Bron: Zorginzicht.nl — Zorginstituut Nederland