Wachttijdvergelijker

Ziekenhuis

Spaarne Gasthuis

Spaarne Gasthuis, loc. Haarlem

Boerhaavelaan, 2035RC, Haarlem
Plan route

Coverage by insurer

CZ
Covered

Based on basic insurance. Check your policy for exact coverage.

🔄

Long waiting time? Compare health insurance

A different insurer may offer shorter wait times or better coverage. Compare now and discover your options.

Compare insurers

Waiting time trend

AnesthesiologiePolikliniekbezoek

Ervaringen

Laat je ervaring achter

Specialties at this location

Anesthesiologie
Polikliniekbezoek0dgn
Cardiologie
Polikliniekbezoek35dgn
Chirurgie (heelkunde)
Behandeling10dgn
Polikliniekbezoek0dgn
Dermatologie
Polikliniekbezoek44dgn
Geriatrie
Polikliniekbezoek3dgn
Gynaecologie
Behandeling181dgn
Polikliniekbezoek24dgn
Interne geneeskunde
Polikliniekbezoek35dgn
Kindergeneeskunde
Polikliniekbezoek55dgn
Longgeneeskunde
Polikliniekbezoek63dgn
Maag, darm en leverziekten
Diagnostiek28dgn
Polikliniekbezoek60dgn
Neurochirurgie
Polikliniekbezoek2dgn
Neurologie
Polikliniekbezoek17dgn
Oogheelkunde
Polikliniekbezoek90dgn
Orthopedie
Polikliniekbezoek42dgn
Plastische Chirurgie
Behandeling30dgn
Polikliniekbezoek30dgn
Radiologie
Diagnostiek2dgn
Reumatologie
Polikliniekbezoek38dgn
Revalidatie
Polikliniekbezoek29dgn
Urologie
Polikliniekbezoek24dgn
KwaliteitsdataZorginzicht 2024

Aneurysma Aorta Abdominalis

Aantal patiënten met een aneurysma aortae of dissectie in segment C waarbij operatief geïntervenieerd is.
106
Aantal patiënten met een aneurysma aortae of dissectie waarbij operatief geïntervenieerd is.
107
Aantal patiënten met een intact aneurysma aortae abdominalis in aortasegment C waarbij primair electief geïntervenieerd is.
68
Percentage patiënten dat een primair electieve operatie/interventie ondergaat vanwege een intact aneurysma aortae abdominalis (segment C), waarbij sprake is van een Textbook Outcome.
76.4%(159/208)
Percentage patiënten dat een primaire operatie/interventie* ondergaat vanwege een intact** aneurysma aortae abdominalis in aortasegment C, dat overlijdt binnen 30 dagen of in dezelfde ziekenhuisopname.
0.9%(2/229)
Percentage patiënten dat een primaire operatie/interventie* ondergaat vanwege een niet-intact*** geruptureerd aneurysma aortae abdominalis in aortasegment C, dat overlijdt binnen 30 dagen of in dezelfde ziekenhuisopname.
29.4%(10/34)

Bariatrische chirurgie

Percentage primair geopereerde patiënten met meer dan 20% TWL, waarbij een gastric bypass (incl. banded bypass) is verricht tussen 1 oktober 2018 en 1 oktober 2019, en waarbij een vijfdejaars follow-up**** is geregistreerd op 1 januari 2025*****.
79.1%(87/110)
Percentage primair geopereerde patiënten met meer dan 20% TWL, waarbij een gastric bypass (incl. banded bypass) is verricht tussen 1 oktober 2019 en 1 oktober 2020, en waarbij een vierdejaars follow-up**** is geregistreerd op 1 januari 2025.
90.0%(126/140)
Percentage primair geopereerde patiënten met meer dan 20% TWL, waarbij een gastric bypass (incl. banded bypass) is verricht tussen 1 oktober 2020 en 1 oktober 2021, en waarbij een derdejaars follow-up**** is geregistreerd op 1 januari 2025.
92.6%(137/148)
Percentage primair geopereerde patiënten met meer dan 20% TWL, waarbij een gastric bypass (incl. banded bypass) is verricht tussen 1 oktober 2021 en 1 oktober 2022, en waarbij een tweedejaars follow-up**** is geregistreerd op 1 januari 2025.
96.9%(277/286)
Percentage primair geopereerde patiënten met meer dan 20% TWL, waarbij een gastric bypass (incl. banded bypass) is verricht tussen 1 oktober 2022 en 1 oktober 2023, en waarbij een eerstejaars follow-up**** is geregistreerd op 1 januari 2025.
95.0%(306/322)
Percentage primair geopereerde patiënten met meer dan 20% TWL, waarbij een sleeve gastrectomy is verricht tussen 1 oktober 2018 en 1 oktober 2019, en waarbij een vijfdejaars follow-up**** is geregistreerd op 1 januari 2025.
53.3%(8/15)
Percentage primair geopereerde patiënten met meer dan 20% TWL, waarbij een sleeve gastrectomy is verricht tussen 1 oktober 2019 en 1 oktober 2020, en waarbij een vierdejaars follow-up**** is geregistreerd op 1 januari 2025*****.
88.9%(16/18)
Percentage primair geopereerde patiënten met meer dan 20% TWL, waarbij een sleeve gastrectomy is verricht tussen 1 oktober 2020 en 1 oktober 2021, en waarbij een derdejaars follow-up**** is geregistreerd op 1 januari 2025.
87.9%(29/33)
Percentage primair geopereerde patiënten met meer dan 20% TWL, waarbij een sleeve gastrectomy is verricht tussen 1 oktober 2021 en 1 oktober 2022, en waarbij een tweedejaars follow-up**** is geregistreerd op 1 januari 2025.
89.0%(65/73)
Percentage primair geopereerde patiënten met meer dan 20% TWL, waarbij een sleeve gastrectomy is verricht tussen 1 oktober 2022 en 1 oktober 2023, en waarbij een eerstejaars follow-up**** is geregistreerd op 1 januari 2025.
96.2%(126/131)
Percentage primair geopereerde patiënten waarbij de postoperatieve zorg voldoet aan het criterium textbook outcome.
96.0%(690/719)
Percentage primair geopereerde patiënten*, waarbij een bariatrische procedure is verricht in verband met morbide obesitas tussen 1 oktober 2018 en 1 oktober 2019, waarbij een vijfdejaars follow-up** is geregistreerd op 1 januari 2025.
33.0%(209/634)
Percentage primair geopereerde patiënten*, waarbij een bariatrische procedure is verricht in verband met morbide obesitas tussen 1 oktober 2019 en 1 oktober 2020, waarbij een vierdejaars follow-up** is geregistreerd op 1 januari 2025
47.5%(264/556)
Percentage primair geopereerde patiënten*, waarbij een bariatrische procedure is verricht in verband met morbide obesitas tussen 1 oktober 2020 en 1 oktober 2021, waarbij een derdejaars follow-up** is geregistreerd op 1 januari 2025.
58.2%(255/438)
Percentage primair geopereerde patiënten*, waarbij een bariatrische procedure is verricht in verband met morbide obesitas tussen 1 oktober 2021 en 1 oktober 2022, waarbij een tweedejaars follow-up** is geregistreerd op 1 januari 2025.
65.3%(508/778)
Percentage primair geopereerde patiënten*, waarbij een bariatrische procedure is verricht in verband met morbide obesitas tussen 1 oktober 2022 en 1 oktober 2023, waarbij een eerstejaars follow-up** is geregistreerd op 1 januari 2025.
96.4%(582/604)
Percentage primair geopereerde patiënten, met een ernstig gecompliceerd beloop binnen 30 dagen na de desbetreffende ingreep, waarbij een bariatrische procedure is verricht in verband met morbide obesitas.
0.7%(5/719)
Percentage primair* geopereerde patiënten in de klinische registratie van de DATO dat pre- én postoperatief deel heeft genomen aan de PROMs.
0.0%(0/604)
Percentage secundair geopereerde patiënten, met een ernstig gecompliceerd beloop binnen 30 dagen na de desbetreffende ingreep, waarbij een bariatrische procedure/revisie is verricht na een eerdere primaire bariatrische ingreep.
3.8%(1/26)
Totaal aantal primair geopereerde patiënten (totaal) per ziekenhuislocatie.
719
Totaal aantal primair geopereerde patiënten* met een gastric bypass** per ziekenhuislocatie.
463
Totaal aantal primair geopereerde patiënten* met een sleeve gastrectomy per ziekenhuislocatie.
256
Totaal aantal secundair* geopereerde patiënten per ziekenhuislocatie.
26

Blaascarcinoom

De gemiddelde ASA score van patiënten met blaaskanker waarbij als primaire behandeling een cystectomie is uitgevoerd.
2.3700
Hoeveel cystectomieën voor blaaskanker werden in het verslagjaar op uw ziekenhuislocatie verricht?
35
Hoeveel urologen voerden op de peildatum cystectomieën voor blaaskanker uit op uw locatie?
4
Percentage patiënten dat een cystectomie onderging als behandeling voor blaaskanker, en dat binnen 30 dagen na de ingreep complicaties ondervindt, zijnde Clavien Dindo score 3 en/of 4, waarbij de hoogste score per patiënt wordt meegenomen) Patiënten met score 5 worden niet meegenomen..
25.7%(9/35)
Percentage patiënten dat een cystectomie onderging als behandeling voor blaaskanker, en dat binnen 30 dagen na de ingreep is overleden. (Clavien Dindo score 5)
3.7%(3/82)
Worden PROMS voor blaaskanker structureel met patiënten besproken in de spreekkamer?
0.0000

Borstimplantaten

Het percentage borstprothesen en expanders , geëxplanteerd of gewisseld wordt binnen 60 dagen vanwege een of meerdere complicatie(s)*, dat voor reconstructieve doeleinden geplaatst
4.0%(6/151)
Het percentage borstprothesen en expanders waarbij de patiënt preoperatief intraveneus antibioticaprofylaxe* toegediend heeft gekregen, dat voor cosmetische*** doeleinden geplaatst is.
100.0%(41/41)
Het percentage borstprothesen en expanders waarbij de patiënt preoperatief intraveneus antibioticaprofylaxe* toegediend heeft gekregen, dat voor reconstructieve** doeleinden geplaatst is.
100.0%(156/156)
Het percentage borstprothesen en expanders, geëxplanteerd of gewisseld wordt na 60 dagen en binnen 1 jaar vanwege een of meerdere complicatie(s)*, dat voor reconstructieve** doeleinden geplaatst is (inclusief gewisselde prothesen).
3.7%(5/134)
Het percentage borstprothesen, geëxplanteerd of gewisseld na 60 dagen en binnen 1 jaar vanwege een of meerdere complicatie(s)*, dat voor cosmetische*** doeleinden geplaatst is (inclusief gewisselde prothesen).
0.0%(0/69)
Het percentage geregistreerde borstprothesen en expanders in de DBIR, dat voor cosmetische*** doeleinden geplaatst is.
100.0%(41/41)
Het percentage geregistreerde borstprothesen en expanders in de DBIR, dat voor reconstructieve** doeleinden geplaatst is.
100.0%(156/156)
Het percentage geregistreerde borstprothesen in de DBIR, geëxplanteerd of gewisseld wordt binnen 60 dagen vanwege een of meerdere complicatie(s)*, dat voor cosmetische*** doeleinden geplaatst is.
0.0%(0/49)
Registreert uw instelling in de DBIR in het verslagjaar?
1.0000

Carotis chirurgie

Aantal carotisinterventies geregistreerd in de DACI.
60
Aantal electieve carotis endarteriectomieën (CEA) geregistreerd in de DACI.
60
Percentage extern verwezen patiënten*** dat binnen twee weken na het eerste consult in de tweede lijn een carotisinterventie ondergaat.
90.0%(9/10)
Percentage intern verwezen patiënten**** dat binnen twee weken na het eerste consult in de tweede lijn een carotisinterventie ondergaat.
84.0%(42/50)
Percentage patiënten dat binnen twee weken na het eerste consult in de tweede lijn een carotisinterventie ondergaat.
85.0%(51/60)
Percentage patiënten dat een carotisinterventie ondergaat en een letsel aan de hersenzenuw heeft binnen 30 dagen na de interventie.
0.0%(0/159)
Percentage patiënten dat een carotisinterventie ondergaat en een nabloeding heeft binnen 30 dagen na de interventie.
0.6%(1/159)
Percentage patiënten dat een carotisinterventie ondergaat en een neurologisch event* heeft binnen 30 dagen na de interventie.
0.6%(1/159)
Percentage patiënten dat een carotisinterventie ondergaat en overlijdt binnen 30 dagen of tijdens de ziekenhuisopname na de interventie.
0.6%(1/159)
Percentage patiënten die een carotisinterventie ondergaan waarbij de postoperatieve zorg voldoet aan het criterium Textbook Outcome.
73.0%(116/159)

Carpaletunnelsyndroom

Percentage corticosteroïd injecties als behandeling van CTS waarbij er binnen 14 weken na de corticosteroïd injectie tenminste één contact door of namens de behandelaar is geweest.
40.1%(135/337)
Percentage operaties als behandeling van CTS waarbij er binnen 14 weken na de operatieve ingreep tenminste één contact door of namens de behandelaar is geweest.
33.4%(160/479)
Percentage patiënten met een operatieve ingreep als behandeling van het CTS dat binnen 30 dagen na de operatie een diepe wondinfectie heeft gekregen, geconstateerd in het ziekenhuis.
0.0%(0/472)
Wordt er een PROM op uw locatie aangeboden (voor en na de behandeling)?
0.0000

Cataract

Het percentage operaties waarbij de patiënt na 4-6 weken binnen 1 dioptrie op hun beoogde refractie is uitgekomen.
92.2%(1883/2043)
Het percentage operaties waarbij de patiënt na de cataractoperatie minstens 1 regel visuswinst behaald heeft
96.0%(1525/1588)
Het percentage patiënten dat aan beide ogen aan cataract geopereerd is binnen een periode van 12 maanden.
46.6%(718/1542)
Het percentage van de verrichte ingrepen dat volledig is ingevoerd in de Kwaliteitsregistratie Cataract.
99.5%(2282/2293)

Cerebro Vasculair Accident (CVA)

Aantal patiënten met een CVA.
843
Aantal patiënten met een hersenbloeding.
55
Aantal patiënten met een herseninfarct.
788
Is er in uw ziekenhuis een CTA en CT-perfusiescan en/of een MRA en MRI-perfusiescan en/of MRI DWI/FLAIR 24 uur per dag, 7 dagen in de week, direct beschikbaar voor beeldvorming bij patiënten met een acuut herseninfarct, inclusief directe beoordeling door een radioloog?
1.0000
Mediane begin-tot-deur tijd van het totaal aantal patiënten met een herseninfarct.
121.0000
Mediane deur-tot-naald tijd in minuten van het totaal aantal patiënten met een herseninfarct dat intraveneuze trombolyse heeft ondergaan.
28.0000
Percentage patiënten dat intraveneuze trombolyse heeft ondergaan als fractie van het totaal aantal patiënten met een herseninfarct.
21.1%(166/788)
Percentage patiënten waarbij de NIHSS score bekend is met een hersenbloeding.
69.1%(38/55)
Percentage patiënten waarbij de NIHSS score bekend is met een herseninfarct
85.8%(676/788)
Percentage patiënten waarbij de mRs score bekend is met een hersenbloeding.
25.0%(11/44)
Percentage patiënten waarbij de mRs score bekend is met een herseninfarct.
35.1%(265/755)

Chirurgie bij kinderen

Het aantal inguinoscrotale operaties bij kinderen tussen de 0 tot en met 15 jaar oud
113

Chronische nierschade

Aantal patiënten met leeftijd ≤ 75 jaar dat binnen zes maanden na de start van een vorm van chronische dialyse geregistreerd is op urgentie T bij Eurotransplant
6
Aantal patiënten met leeftijd ≤ 75 jaar gestart met chronische dialyse die ten minste binnen zes maanden behandeld zijn
37
Aantal pre-emptieve niertransplantaties
5
Percentage patiënten in het verslagjaar dat start met een vorm van chronische dialyse of pre-emptieve niertransplantatie ondergaat en bij wie de klaring, berekend met eGFR volgens CKD-EPI of gemeten met gemiddelde ureum/kreatinine-klaring > 15 ml/min/1.73 m2 is op het moment van starten van dialyse of het verrichten van pre-emptieve niertransplantatie.
0.0%(0/62)
Percentage patiënten met chronische dialyse dat heeft deelgenomen aan de landelijke uitvraag van PROMs
44.5%(89/200)
Percentage patiënten met een eGFR < 30 ml/min/1.73m2 volgens CKD-EPI dat meer dan zes maanden bekend is in de zorginstelling voor start met een vorm van chronische dialyse met hetzij een functionerende shunt, hetzij een functionerende PD katheter.
68.8%(22/32)
Percentage volwassen PD patienten van het totaal aantal volwassen chronische dialyse patienten op peildatum 31-12 van verslagjaar
13.7%(21/153)
Percentage volwassen centrum HD patiënten (in centrum) van het totaal volwassen chronische dialyse patiënten op peildatum 31-12 van verslagjaar
85.0%(130/153)
Percentage volwassen thuis HD patiënten al dan niet door eigen centrum ondersteund of met hulp van een thuishemodialyse organisatie van het totaal aantal volwassen chronische dialyse patiënten op peildatum 31-12 van verslagjaar
1.3%(2/153)
Voor niet-UMC’s: Percentage patiënten met pre-emptieve niertransplantaties dat na verwijzing vanuit uw zorginstelling elders heeft plaatsgevonden, van het aantal patiënten met een leeftijd ≥ 18 en ≤75 jaar dat gestart is in uw zorginstelling met chronische dialyse.
17.6%(6/34)

Colorectaal Carcinoom

Aantal patiënten met een primaire, oncologische colon of rectumresectie: Colonresectie
148
Aantal patiënten met een primaire, oncologische colon of rectumresectie: Rectumresectie
42
Mediane wachttijd in dagen tussen PA en enige vorm van therapie* bij patiënten die een resectie ondergaan i.v.m. een primair coloncarcinoom na verwijzing.
20.0000
Mediane wachttijd in dagen tussen PA en enige vorm van therapie* bij patiënten die een resectie ondergaan i.v.m. een primair coloncarcinoom zonder verwijzing.
43.5000
Mediane wachttijd in dagen tussen PA en enige vorm van therapie* bij patiënten die een resectie ondergaan i.v.m. een primair rectumcarcinoom met verwijzing.
60.0000
Mediane wachttijd in dagen tussen PA en enige vorm van therapie* bij patiënten die een resectie ondergaan i.v.m. een primair rectumcarcinoom zonder verwijzing.
50.5000
Percentage patiënten dat een resectie ondergaat vanwege een pT4 coloncarcinoom, bij wie een microscopisch radicale resectie is verkregen (> 1 mm marge).
93.0%(40/43)
Percentage patiënten dat een resectie ondergaat vanwege een primair cT1 t/m 3 rectumcarcinoom met een bekende CRM, bij wie de CRM positief is
7.3%(3/41)
Percentage patiënten dat een resectie ondergaat vanwege een primair coloncarcinoom, dat een gecompliceerd beloop heeft.
13.6%(20/154)
Percentage patiënten dat een resectie ondergaat vanwege een primair rectumcarcinoom dat een gecompliceerd beloop heeft.
30.8%(9/29)
Percentage patiënten die een resectie hebben ondergaan vanwege een primair coloncarcinoom die binnen 90 dagen of tijdens de opname overlijdt.
1.8%(5/299)
Percentage patiënten die een resectie hebben ondergaan vanwege een primair rectumcarcinoom die binnen 90 dagen of tijdens de opname overlijdt.
0.0%(0/56)
Percentage patiënten, dat een lokale excisie ondergaat vanwege een primair rectumcarcinoom, bij wie een microscopisch radicale resectie is verkregen (> 1 mm marge).
66.7%(8/12)

Constitutioneel Eczeem

Is er altijd een dermatologisch gespecialiseerde verpleegkundige/ doktersassistent of andere behandelaar betrokken in het behandeltraject voor patiënten met constitutioneel eczeem die aantoonbaar (zalf-)instructie en begeleiding geeft in een apart spreekuur?
1.0000
Wordt bij minimaal 10 patiënten per jaar met matig tot ernstig constitutioneel eczeem in uw centrum gestart met JAK-remmers?
1.0000
Wordt bij minimaal 10 patiënten per jaar met matig tot ernstig constitutioneel eczeem in uw centrum gestart met biologicals?
1.0000
Wordt bij minimaal 50 patiënten per jaar met matig tot ernstig constitutioneel eczeem in uw centrum gestart met systemische immunosuppressieve/ immunomodulerende therapie, exclusief biologicals en JAK-remmers?
1.0000
Wordt het effect van behandeling met een JAK-remmer gestructureerd geëvalueerd door zowel de behandelaar met de IGA of EASI, als door de patiënt met de NRS jeuk?
1.0000
Wordt het effect van behandeling met een biological gestructureerd geëvalueerd door zowel de behandelaar met de IGA of EASI, als door de patiënt met de NRS jeuk?
1.0000

Diabetes

Hoeveel patiënten (kinderen, en patiënten ≥18 jaar) met diabetes mellitus onder behandeling van de kinderarts maken gebruik van Real Time Continue Glucose Monitoring (RT-CGM)?
198
Hoeveel patiënten (kinderen, en patiënten ≥18 jaar) met diabetes mellitus zijn in uw ziekenhuis onder behandeling van de kinderarts?.
200
Hoeveel patiënten (kinderen, en patiënten ≥18 jaar) onder behandeling van de kinderarts met diabetes mellitus zijn behandeld met insulinepomptherapie?
188
Hoeveel patiënten met diabetes mellitus onder behandeling van de internist maken gebruik van Real Time Continue Glucose Monitoring (RT-CGM)?
285
Hoeveel patiënten met diabetes mellitus onder behandeling van de internist zijn behandeld met insulinepomptherapie?
1090
Hoeveel patiënten met diabetes mellitus onder behandeling van de internist zijn in verslagjaar 2024 gestart met insulinepomptherapie?
178
Hoeveel patiënten met diabetes mellitus zijn in uw ziekenhuis onder behandeling van de internist?
2676
Neemt u deel aan de landelijke diabetesregistratie DPARD?
1.0000
Percentage volwassenen met diabetes mellitus onder behandeling van de internist waarbij een eGFR bepaling heeft plaatsgevonden in het verslagjaar
64.9%(1736/2676)
Welk percentage patiënten (kinderen, en patiënten ≥18 jaar) met diabetes mellitus onder behandeling van de kinderarts heeft een laatst gemeten HbA1c <58 mmol/mol?
48.5%(97/200)
Welk percentage patiënten (kinderen, en patiënten ≥18 jaar) met diabetes mellitus onder behandeling van de kinderarts heeft een laatst gemeten HbA1c >86 mmol/mol?
8.0%(16/200)
Welk percentage patiënten met diabetes mellitus onder behandeling van de internist heeft een laatst gemeten HbA1c <58 mmol/mol?
44.3%(1185/2676)
Welk percentage patiënten met diabetes mellitus onder behandeling van de internist heeft een laatst gemeten HbA1c >86 mmol/mol?
5.3%(143/2676)
Welk percentage patiënten ≥18 jaar met diabetes mellitus onder behandeling van de kinderarts heeft een laatst gemeten HbA1c <58 mmol/mol?
36.8%(14/38)
Welk percentage patiënten ≥18 jaar met diabetes mellitus onder behandeling van de kinderarts heeft een laatst gemeten HbA1c >86 mmol/mol?
15.8%(6/38)
Welk percentage van de patiënten (kinderen, en patiënten ≥18 jaar) met diabetes mellitus onder behandeling van de kinderarts heeft een gemeten HbA1c in het verslagjaar?
92.5%(185/200)
Welk percentage van de volwassenen met diabetes mellitus onder behandeling van de internist heeft een gemeten HbA1c in het verslagjaar?
94.7%(2533/2676)
Welk percentage van de volwassenen met diabetes mellitus onder behandeling van de internist heeft een laatst gemeten eGFR <60 ml/min?
19.2%(513/2676)

Galblaasverwijdering

Percentage patiënten dat binnen 30 dagen na de galblaasverwijdering heropgenomen is geweest vanwege een complicatie
0.6%(4/658)

Geïnstrumenteerde lage rugchirurgie

Is er een pijnpoli* beschikbaar in de instelling waar de operatie heeft plaatsgevonden?
1.0000
Maken de onderstaande zorgprofessionals deel uit van het multidisciplinair rugteam? - Anesthesioloog / pijnspecialist
1.0000
Maken de onderstaande zorgprofessionals deel uit van het multidisciplinair rugteam? - Neurochirurg
1.0000
Maken de onderstaande zorgprofessionals deel uit van het multidisciplinair rugteam? - Neuroloog
1.0000
Maken de onderstaande zorgprofessionals deel uit van het multidisciplinair rugteam? - Orthopedisch chirurg
1.0000
Maken de onderstaande zorgprofessionals deel uit van het multidisciplinair rugteam? - Physician assistant / verpleegkundig specialist /Gespecialiseerd verpleegkundige
1.0000
Maken de onderstaande zorgprofessionals deel uit van het multidisciplinair rugteam? - Radioloog
1.0000
Percentage verrichtingen waarbij binnen 30 dagen na operatie een re-operatie* heeft plaatsgevonden na geïnstrumenteerde lumbale wervelkolomchirurgie voor degeneratieve lage rug aandoeningen.
1.2%(1/86)
Percentage verrichtingen waarbij direct na de operatie sprake is van een toename van motorische uitval.
0.0%(0/86)
Percentage verrichtingen waarbij een nabloeding is opgetreden waarvoor aanvullend medisch handelen* noodzakelijk is, waaronder verlengde opnameduur.
0.0%(0/86)
Percentage verrichtingen waarbij tijdens de operatie een diepe wondinfectie (reinterventie & positieve kweek) is opgetreden waarvoor aanvullend medisch handelen* noodzakelijk is, waaronder verlengde opnameduur.
2.3%(2/86)
Percentage verrichtingen waarbij tijdens de operatie een liquorlekkage is opgetreden waarvoor aanvullend medisch handelen* noodzakelijk is, waaronder verlengde opnameduur.
2.3%(2/86)
Wordt de uitkomst van de ingreep gecontroleerd middels de volgende PROM vragenlijsten: ODI, NRS en EQ5D op de volgende meetmomenten: Postoperatief meetmoment**
1.0000
Wordt de uitkomst van de ingreep gecontroleerd middels de volgende PROM vragenlijsten: ODI, NRS en EQ5D op de volgende meetmomenten: Preoperatief meetmoment*
1.0000

Gynaecologische Oncologie

Aantal chirurgische behandelingen, i.v.m. een endometriumcarcinoom.
80
Percentage chirurgische behandelingen i.v.m. vulvacarcinoom (alle ingrepen***), waarbij de patiënte binnen 30 dagen na de operatie of tijdens de ziekenhuisopname* overlijdt.
0.0%(0/4)
Percentage chirurgische behandelingen i.v.m. vulvacarcinoom (alle ingrepen***), waarbij binnen 30 dagen een gecompliceerd beloop* optreedt.
0.0%(0/4)
Percentage chirurgische behandelingen i.v.m. vulvacarcinoom (alle ingrepen***), waarbij binnen 30 dagen een gecompliceerd beloop* optreedt. Casemix gecorrigeerd.
0.0%(0/4)
Percentage chirurgische behandelingen i.v.m. vulvacarcinoom (alle ingrepen***), waarbij de patiënte binnen 30 dagen na de operatie of tijdens de ziekenhuisopname* overlijdt. Casemix gecorrigeerd.
0.0%(0/4)
Percentage chirurgische behandelingen voor laag of intermediair risico endometrioid endometriumcarcinoom, waarbij er middels een minimaal invasieve techniek geopereerd is.
93.8%(15/16)
Percentage geopereerde patiënten voor ovarium-, vulva-, endometrium- en/of cervixcarcinoom, welke preoperatief deel heeft genomen aan alle PROMs vragenlijsten*.
0.0%(0/41)
Percentage geopereerde patiënten voor ovarium-, vulva-, endometrium- en/of cervixcarcinoom, welke preoperatief deel heeft genomen aan één van de PROMs vragenlijsten*.
0.0%(0/41)
Percentage minimaal invasieve uterusextirpaties (met of zonder bilaterale salpingo-oöphorectomie) i.v.m. endometriumcarcinoom, waarbij de patiënte binnen 30 dagen na de operatie of tijdens de ziekenhuisopname* overlijdt.
0.0%(0/52)
Percentage minimaal invasieve uterusextirpaties (met of zonder bilaterale salpingo-oöphorectomie) i.v.m. endometriumcarcinoom, waarbij binnen 30 dagen een gecompliceerd beloop* optreedt.
3.8%(2/52)
Percentage minimaal invasieve uterusextirpaties (met of zonder bilaterale salpingo-oöphorectomie) i.v.m. endometriumcarcinoom, waarbij binnen 30 dagen een gecompliceerd beloop* optreedt. Casemix gecorrigeerd.
4.4%(2/52)
Percentage minimaal invasieve uterusextirpaties (met of zonder bilaterale salpingo-oöphorectomie) i.v.m. endometriumcarcinoom, waarbij de patiënte binnen 30 dagen na de operatie of tijdens de ziekenhuisopname* overlijdt. Casemix gecorrigeerd.
0.0%(0/52)

Heupfractuur

Aantal heupfracturen geregistreerd in de DHFA per ziekenhuislocatie.
522
Gemiddelde KATZ-6 ADL-score na 3 maanden bij alle proximale femurfractuurpatiënten van 70 jaar en ouder die voor het incident een KATZ-6 ADL-score 0 hadden.
0.6
Gemiddelde KATZ-6 ADL-score na 3 maanden bij alle proximale femurfractuurpatiënten van 70 jaar en ouder die voor het incident een KATZ-6 ADL-score 1 hadden.
1.7
Gemiddelde categoriescore van de mobiliteitsscore na 3 maanden bij alle proximale femurfractuurpatiënten van 70 jaar en ouder die voor het incident mobiel waren met 1 hulpmiddel (mobiliteitsscore 2).
3.4
Gemiddelde categoriescore van de mobiliteitsscore na 3 maanden bij alle proximale femurfractuurpatiënten van 70 jaar en ouder die voor het incident volledig mobiel waren (mobiliteitsscore 1).
2.6
Percentage patiënten die mobiel waren met 1 hulpmiddel (mobiliteitsscore 2) voor het incident bij alle proximale femurfractuurpatiënten van 70 jaar en ouder.
10.9%(29/267)
Percentage patiënten die volledig mobiel (mobiliteitsscore 1) waren voor het incident bij alle proximale femurfractuurpatiënten van 70 jaar en ouder.
45.3%(121/267)
Percentage patiënten met KATZ-6 ADL-score 0 voor het incident bij proximale femurpatiënten van 70 jaar en ouder.
54.6%(194/355)
Percentage patiënten met KATZ-6 ADL-score 1 voor het incident bij proximale femurpatiënten van 70 jaar en ouder.
11.3%(40/355)
Percentage patiënten waarbij de functionele uitkomstscores bij ouderen (≥70 jaar) met een proximale femurfractuur voor opname en 3 maanden na ontslag is geregistreerd.
27.7%(104/376)
Percentage patiënten ≥70 jaar waarbij de geriater/internistoudengeneeskunde perioperatief in medebehandeling is geweest of intensieve medebehandeling op een afdeling geriatrische traumatologie
100.0%(426/426)

Heupprothese

Aantal heuprevisie ingrepen in het ziekenhuis waarbij tenminste de cup en/of het femurcomponent is gereviseerd of verwijderd waarbij geen sprake was van infectie of verdenking op infectie in het ziekenhuis.
65
Aantal heuprevisie ingrepen verricht in het ziekenhuis waarbij alleen de kop en/of de insert is gereviseerd waarbij geen sprake was van infectie of verdenking op infectie in het ziekenhuis.
9
Aantal orthopedisch chirurgen dat heuprevisiechirurgie uitvoert. Wat is het aantal heuprevisie ingrepen per orthopedisch chirurg? Chirurg 1
6
Aantal orthopedisch chirurgen dat heuprevisiechirurgie uitvoert. Wat is het aantal heuprevisie ingrepen per orthopedisch chirurg? Chirurg 2
18
Aantal orthopedisch chirurgen dat heuprevisiechirurgie uitvoert. Wat is het aantal heuprevisie ingrepen per orthopedisch chirurg? Chirurg 3
5
Aantal orthopedisch chirurgen dat heuprevisiechirurgie uitvoert. Wat is het aantal heuprevisie ingrepen per orthopedisch chirurg? Chirurg 4
6
Aantal orthopedisch chirurgen dat heuprevisiechirurgie uitvoert. Wat is het aantal heuprevisie ingrepen per orthopedisch chirurg? Chirurg 5
17
Aantal orthopedisch chirurgen dat heuprevisiechirurgie uitvoert. Wat is het aantal heuprevisie ingrepen per orthopedisch chirurg? Chirurg 6
13
Aantal orthopedisch chirurgen dat heuprevisiechirurgie uitvoert. Wat is het aantal heuprevisie ingrepen per orthopedisch chirurg? Chirurg 7
5
Aantal orthopedisch chirurgen dat heuprevisiechirurgie uitvoert. Wat is het aantal heuprevisie ingrepen per orthopedisch chirurg? Chirurg 8
6
Aantal orthopedisch chirurgen dat primaire THP’s plaatst per ziekenhuislocatie. Hoeveel orthopedisch chirurgen op uw ziekenhuislocatie plaatsen primaire THP’s?
10
Aantal totale heupprothesen (THP) per ziekenhuislocatie
677
Gecorrigeerd percentage van het aantal patiënten die binnen 1 jaar na een primaire THP geplaatst in uw ziekenhuis heuprevisiechirurgie van de cup en/of het femurcomponent ondergaat (al dan niet in uw ziekenhuis) t.o.v het totale aantal patiënten dat een primaire THP krijgt in uw ziekenhuis (in de periode 1 januari t/m 31 december voorafgaand aan het verslagjaar). 95% Betrouwbaarheidsinterval Lower bound
0.1%
Gecorrigeerd percentage van het aantal patiënten die binnen 1 jaar na een primaire THP geplaatst in uw ziekenhuis heuprevisiechirurgie van de cup en/of het femurcomponent ondergaat (al dan niet in uw ziekenhuis) t.o.v het totale aantal patiënten dat een primaire THP krijgt in uw ziekenhuis (in de periode 1 januari t/m 31 december voorafgaand aan het verslagjaar). 95% Betrouwbaarheidsinterval Upper bound
1.9%
Gecorrigeerd percentage van het aantal patiënten die binnen 1 jaar na een primaire THP geplaatst in uw ziekenhuis heuprevisiechirurgie van de cup en/of het femurcomponent ondergaat (al dan niet in uw ziekenhuis) t.o.v het totale aantal patiënten dat een primaire THP krijgt in uw ziekenhuis (in de periode 1 januari t/m 31 december voorafgaand aan het verslagjaar). Gecorrigeerd percentage
1.0%
Hoeveel orthopedisch chirurgen voeren, op uw ziekenhuislocatie, heuprevisiechirurgie uit?
8
Percentage acetabulumcomponenten in ODEP-categorie 5A of hoger die gebruikt zijn bij de plaatsing van primaire THP bij patiënten met de indicatie artrose? Percentage acetabulumcomponenten in ODEP-categorie 5A of hoger.
95.4%(520/545)
Percentage diepe postoperatieve wondinfecties binnen 90 dagen na primaire THP ingreep (volgens definitie PREZIES).
0.2%(1/442)
Percentage gebruikte femurcomponenten met ODEP-categorie 5A of hoger en gebruikt bij de plaatsing van primaire THP’s bij patiënten met de indicatie artrose
94.9%(517/545)
Percentage primaire THP ingrepen waarbij de informatie in de LROI volledig is
27.5%(186/677)
Preoperatieve score heup PROMs o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. NRS-pijn activiteit. 95% Betrouwbaarheidsinterval Upper bound
7.6300
Preoperatieve score heup PROMs o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. NRS-pijn activiteit. Gemiddelde
7.4
Preoperatieve score heup PROMs o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. EQ-5D index score. 95% Betrouwbaarheidsinterval Lower bound
0.3900
Preoperatieve score heup PROMs o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. EQ-5D index score. 95% Betrouwbaarheidsinterval Upper bound
0.4600
Preoperatieve score heup PROMs o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. EQ-5D index score. Aantal (N)
242
Preoperatieve score heup PROMs o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. EQ-5D index score. Gemiddelde
0.4
Preoperatieve score heup PROMs o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. EQ-5D thermometer. 95% Betrouwbaarheidsinterval Lower bound
60.7300
Preoperatieve score heup PROMs o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. EQ-5D thermometer. 95% Betrouwbaarheidsinterval Upper bound
65.3800
Preoperatieve score heup PROMs o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. EQ-5D thermometer. Aantal (N)
242
Preoperatieve score heup PROMs o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. EQ-5D thermometer. Gemiddelde
63.1
Preoperatieve score heup PROMs o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. NRS-pijn activiteit. 95% Betrouwbaarheidsinterval Lower bound
7.1600
Preoperatieve score heup PROMs o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. NRS-pijn activiteit. Aantal (N)
242
Preoperatieve score heup PROMs o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. NRS-pijn rust. 95% Betrouwbaarheidsinterval Upper bound
6.0300
Preoperatieve score heup PROMs o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. NRS-pijn rust. 95% Betrouwbaarheidsinterval Lower bound
5.4000
Preoperatieve score heup PROMs o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. NRS-pijn rust. Aantal (N)
242
Preoperatieve score heup PROMs o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. NRS-pijn rust. Gemiddelde
5.7
Preoperatieve score heup PROMs o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. OHS som score. 95% Betrouwbaarheidsinterval Upper bound
23.2900
Preoperatieve score heup PROMs o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. OHS som score. 95% Betrouwbaarheidsinterval Lower bound
21.3000
Preoperatieve score heup PROMs o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. OHS som score. Aantal (N)
242
Preoperatieve score heup PROMs o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. OHS som score. Gemiddelde
22.3
Responspercentage pre-operatief heup PROMs van patiënten met artrose bij wie een primaire totale heupprothese wordt geplaatst.
44.4%(242/545)
Verschilscore tussen heup PROM preoperatief en 12 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. EQ-5D index score. 95% Betrouwbaarheidsinterval Upper bound
0.4400
Verschilscore tussen heup PROM preoperatief en 12 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. EQ-5D index score. 95% Betrouwbaarheidsinterval Lower bound
0.3200
Verschilscore tussen heup PROM preoperatief en 12 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. EQ-5D index score. Aantal (N)
52
Verschilscore tussen heup PROM preoperatief en 12 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. EQ-5D index score. Gemiddelde
0.4
Verschilscore tussen heup PROM preoperatief en 12 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. EQ-5D thermometer. 95% Betrouwbaarheidsinterval Upper bound
16.8500
Verschilscore tussen heup PROM preoperatief en 12 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. EQ-5D thermometer. 95% Betrouwbaarheidsinterval Lower bound
8.0600
Verschilscore tussen heup PROM preoperatief en 12 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. EQ-5D thermometer. Aantal (N)
48
Verschilscore tussen heup PROM preoperatief en 12 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. EQ-5D thermometer. Gemiddelde
12.5
Verschilscore tussen heup PROM preoperatief en 12 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. NRS-pijn activiteit. 95% Betrouwbaarheidsinterval Upper bound
6.3900
Verschilscore tussen heup PROM preoperatief en 12 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. NRS-pijn activiteit. 95% Betrouwbaarheidsinterval Lower bound
5.3400
Verschilscore tussen heup PROM preoperatief en 12 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. NRS-pijn activiteit. Aantal (N)
52
Verschilscore tussen heup PROM preoperatief en 12 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. NRS-pijn activiteit. Gemiddelde
5.9
Verschilscore tussen heup PROM preoperatief en 12 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. NRS-pijn rust. 95% Betrouwbaarheidsinterval Upper bound
4.9200
Verschilscore tussen heup PROM preoperatief en 12 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. NRS-pijn rust. 95% Betrouwbaarheidsinterval Lower bound
3.7700
Verschilscore tussen heup PROM preoperatief en 12 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. NRS-pijn rust. Aantal (N)
52
Verschilscore tussen heup PROM preoperatief en 12 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. NRS-pijn rust. Gemiddelde
4.3
Verschilscore tussen heup PROMs preoperatief en 12 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. OHS som score. 95% Betrouwbaarheidsinterval Upper bound
20.9300
Verschilscore tussen heup PROMs preoperatief en 12 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. OHS som score. 95% Betrouwbaarheidsinterval Lower bound
16.8000
Verschilscore tussen heup PROMs preoperatief en 12 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. OHS som score. Aantal (N)
52
Verschilscore tussen heup PROMs preoperatief en 12 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. OHS-PS som score. Gemiddelde
18.9
Verschilscore tussen heup PROMs preoperatief en 3 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. EQ-5D index score. 95% Betrouwbaarheidsinterval Upper bound
0.4600
Verschilscore tussen heup PROMs preoperatief en 3 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. EQ-5D index score. 95% Betrouwbaarheidsinterval Lower bound
0.3300
Verschilscore tussen heup PROMs preoperatief en 3 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. EQ-5D index score. Aantal (N)
44
Verschilscore tussen heup PROMs preoperatief en 3 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. EQ-5D index score. Gemiddelde
0.4
Verschilscore tussen heup PROMs preoperatief en 3 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. EQ-5D thermometer. 95% Betrouwbaarheidsinterval Upper bound
17.9700
Verschilscore tussen heup PROMs preoperatief en 3 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. EQ-5D thermometer. 95% Betrouwbaarheidsinterval Lower bound
9.6000
Verschilscore tussen heup PROMs preoperatief en 3 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. EQ-5D thermometer. Aantal (N)
42
Verschilscore tussen heup PROMs preoperatief en 3 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. EQ-5D thermometer. Gemiddelde
13.8
Verschilscore tussen heup PROMs preoperatief en 3 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. NRS-pijn activiteit. 95% Betrouwbaarheidsinterval Upper bound
6.0000
Verschilscore tussen heup PROMs preoperatief en 3 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. NRS-pijn activiteit. 95% Betrouwbaarheidsinterval Lower bound
4.9000
Verschilscore tussen heup PROMs preoperatief en 3 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. NRS-pijn activiteit. Aantal (N)
44
Verschilscore tussen heup PROMs preoperatief en 3 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. NRS-pijn activiteit. Gemiddelde
5.5
Verschilscore tussen heup PROMs preoperatief en 3 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. NRS-pijn rust. 95% Betrouwbaarheidsinterval Upper bound
4.7200
Verschilscore tussen heup PROMs preoperatief en 3 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. NRS-pijn rust. 95% Betrouwbaarheidsinterval Lower bound
3.5200
Verschilscore tussen heup PROMs preoperatief en 3 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. NRS-pijn rust. Aantal (N)
44
Verschilscore tussen heup PROMs preoperatief en 3 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. NRS-pijn rust. Gemiddelde
4.1
Verschilscore tussen heup PROMs preoperatief en 3 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. OHS som score. 95% Betrouwbaarheidsinterval Upper bound
19.0400
Verschilscore tussen heup PROMs preoperatief en 3 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. OHS som score. 95% Betrouwbaarheidsinterval Lower bound
14.9500
Verschilscore tussen heup PROMs preoperatief en 3 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. OHS som score. Aantal (N)
44
Verschilscore tussen heup PROMs preoperatief en 3 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale heupprothese wordt geplaatst. OHS som score. Gemiddelde
17.0
Werden in het verslagjaar acetabulumcomponenten geplaatst uit een ODEP-categorie lager dan 5A zonder dat hierbij deelgenomen wordt aan wetenschappelijk onderzoek?
0.0000
Werden in het verslagjaar femurcomponenten geplaatst uit een ODEP-categorie lager dan 5A zonder dat hierbij deelgenomen wordt aan wetenschappelijk onderzoek?
0.0000

Knieprothese

Aantal knierevisie ingrepen verricht in het ziekenhuis waarbij tenminste de tibia- en/of de femurcomponent is gereviseerd of verwijderd en waarbij geen sprake was van infectie of verdenking op infectie.
22
Aantal orthopedisch chirurgen dat knierevisiechirurgie uitvoert. Hoeveel orthopedisch chirurgen voeren, op uw ziekenhuislocatie, knierevisiechirurgie uit?
4
Aantal orthopedisch chirurgen dat knierevisiechirurgie uitvoert. Wat is het aantal knierevisie ingrepen per orthopedisch chirurg? Chirurg 1
7
Aantal orthopedisch chirurgen dat knierevisiechirurgie uitvoert. Wat is het aantal knierevisie ingrepen per orthopedisch chirurg? Chirurg 2
5
Aantal orthopedisch chirurgen dat knierevisiechirurgie uitvoert. Wat is het aantal knierevisie ingrepen per orthopedisch chirurg? Chirurg 3
9
Aantal orthopedisch chirurgen dat knierevisiechirurgie uitvoert. Wat is het aantal knierevisie ingrepen per orthopedisch chirurg? Chirurg 4
4
Aantal orthopedisch chirurgen dat primaire knieprothesen plaatst per ziekenhuislocatie. Hoeveel orthopedisch chirurgen op uw ziekenhuislocatie plaatsen primaire knieprothesen?
9
Aantal totale knieprothesen (TKP) per ziekenhuislocatie
492
Aantal unicondylaire knieprothesen (UKP) per ziekenhuislocatie
202
Gecorrigeerd percentage van het aantal patiënten die binnen drie jaar na een primaire TKP geplaatst in uw ziekenhuis knierevisiechirurgie ondergaat waarbij tenminste de tibia- en/of de femurcomponent is gereviseerd (al dan niet in uw ziekenhuis). 95% Betrouwbaarheidsinterval Lower bound
0.0%
Gecorrigeerd percentage van het aantal patiënten die binnen drie jaar na een primaire TKP geplaatst in uw ziekenhuis knierevisiechirurgie ondergaat waarbij tenminste de tibia- en/of de femurcomponent is gereviseerd (al dan niet in uw ziekenhuis). 95% Betrouwbaarheidsinterval Upper bound
1.0%
Gecorrigeerd percentage van het aantal patiënten die binnen drie jaar na een primaire TKP geplaatst in uw ziekenhuis knierevisiechirurgie ondergaat waarbij tenminste de tibia- en/of de femurcomponent is gereviseerd (al dan niet in uw ziekenhuis). Gecorrigeerd percentage.
0.3%
Percentage diepe postoperatieve wondinfecties binnen 90 dagen na primaire TKP ingreep (volgens definitie PREZIES)
0.9%(4/443)
Percentage gebruikte totale knieprothesen met ODEP-categorie 5A of hoger geplaatst bij patiënten met de indicatie artrose
80.8%(370/458)
Percentage primaire TKP ingrepen waarbij de informatie in de LROI volledig is.
33.1%(163/492)
Preoperatievescore knie PROMs o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst. EQ-5D index score. 95% Betrouwbaarheidsinterval Lower bound
0.4500
Preoperatievescore knie PROMs o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst. EQ-5D index score. 95% Betrouwbaarheidsinterval Upper bound
0.5300
Preoperatievescore knie PROMs o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst. EQ-5D index score. Aantal (N)
181
Preoperatievescore knie PROMs o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst. EQ-5D index score. Gemiddelde
0.5
Preoperatievescore knie PROMs o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst. EQ-5D thermometer. 95 % Betrouwbaarheidsinterval Upper bound
67.6400
Preoperatievescore knie PROMs o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst. EQ-5D thermometer. 95% Betrouwbaarheidsinterval Lower bound
62.0100
Preoperatievescore knie PROMs o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst. EQ-5D thermometer. Aantal (N)
181
Preoperatievescore knie PROMs o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst. EQ-5D thermometer. Gemiddelde
64.8
Preoperatievescore knie PROMs o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst. NRS-pijn activiteit. 95 % Betrouwbaarheidsinterval Upper bound
7.6400
Preoperatievescore knie PROMs o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst. NRS-pijn activiteit. 95% Betrouwbaarheidsinterval Lower bound
7.1200
Preoperatievescore knie PROMs o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst. NRS-pijn activiteit. Aantal (N)
181
Preoperatievescore knie PROMs o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst. NRS-pijn activiteit. Gemiddelde
7.4
Preoperatievescore knie PROMs o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst. NRS-pijn rust. 95 % Betrouwbaarheidsinterval Upper bound
5.8000
Preoperatievescore knie PROMs o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst. NRS-pijn rust. 95% Betrouwbaarheidsinterval Lower bound
5.0000
Preoperatievescore knie PROMs o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst. NRS-pijn rust. Aantal (N)
181
Preoperatievescore knie PROMs o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst. NRS-pijn rust. Gemiddelde
5.4
Preoperatievescore knie PROMs o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst. OKS som score. 95 % Betrouwbaarheidsinterval Upper bound
23.3200
Preoperatievescore knie PROMs o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst. OKS som score. 95% Betrouwbaarheidsinterval Lower bound
21.1000
Preoperatievescore knie PROMs o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst. OKS som score. Aantal (N)
181
Preoperatievescore knie PROMs o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst. OKS som score. Gemiddelde
22.2
Responspercentage pre-operatief knie PROMs van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst.
39.5%(181/458)
Verschilscore tussen knie PROM preoperatief en 12 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst OKS som score. 95 % Betrouwbaarheidsinterval Upper bound
18.1000
Verschilscore tussen knie PROM preoperatief en 12 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst OKS som score. 95% Betrouwbaarheidsinterval Lower bound
11.7400
Verschilscore tussen knie PROM preoperatief en 12 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst OKS som score. Aantal (N)
16
Verschilscore tussen knie PROM preoperatief en 12 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst OKS som score. Gemiddelde
14.9
Verschilscore tussen knie PROM preoperatief en 12 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst. EQ-5D index score. 95 % Betrouwbaarheidsinterval Upper bound
0.4300
Verschilscore tussen knie PROM preoperatief en 12 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst. EQ-5D index score. 95% Betrouwbaarheidsinterval Lower bound
0.2300
Verschilscore tussen knie PROM preoperatief en 12 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst. EQ-5D index score. Aantal (N)
15
Verschilscore tussen knie PROM preoperatief en 12 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst. EQ-5D index score. Gemiddelde
0.3
Verschilscore tussen knie PROM preoperatief en 12 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst. EQ-5D thermometer. 95 % Betrouwbaarheidsinterval Upper bound
24.1100
Verschilscore tussen knie PROM preoperatief en 12 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst. EQ-5D thermometer. 95% Betrouwbaarheidsinterval Lower bound
7.9300
Verschilscore tussen knie PROM preoperatief en 12 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst. EQ-5D thermometer. Aantal (N)
14
Verschilscore tussen knie PROM preoperatief en 12 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst. EQ-5D thermometer. Gemiddelde
16.0
Verschilscore tussen knie PROM preoperatief en 12 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst. NRS-pijn activiteit. 95 % Betrouwbaarheidsinterval Upper bound
6.2000
Verschilscore tussen knie PROM preoperatief en 12 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst. NRS-pijn activiteit. 95% Betrouwbaarheidsinterval Lower bound
4.7500
Verschilscore tussen knie PROM preoperatief en 12 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst. NRS-pijn activiteit. Aantal (N)
16
Verschilscore tussen knie PROM preoperatief en 12 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst. NRS-pijn activiteit. Gemiddelde
5.5
Verschilscore tussen knie PROM preoperatief en 12 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst. NRS-pijn rust. 95 % Betrouwbaarheidsinterval Upper bound
4.8800
Verschilscore tussen knie PROM preoperatief en 12 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst. NRS-pijn rust. 95% Betrouwbaarheidsinterval Lower bound
3.3400
Verschilscore tussen knie PROM preoperatief en 12 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst. NRS-pijn rust. Aantal (N)
16
Verschilscore tussen knie PROM preoperatief en 12 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst. NRS-pijn rust. Gemiddelde
4.1
Verschilscore tussen knie PROM preoperatief en 6 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst EQ-5D index score. 95 % Betrouwbaarheidsinterval Upper bound
0.3700
Verschilscore tussen knie PROM preoperatief en 6 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst EQ-5D index score. 95% Betrouwbaarheidsinterval Lower bound
0.2600
Verschilscore tussen knie PROM preoperatief en 6 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst EQ-5D index score. Aantal (N)
57
Verschilscore tussen knie PROM preoperatief en 6 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst EQ-5D index score. Gemiddelde
0.3
Verschilscore tussen knie PROM preoperatief en 6 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst EQ-5D thermometer. 95 % Betrouwbaarheidsinterval Upper bound
14.2700
Verschilscore tussen knie PROM preoperatief en 6 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst EQ-5D thermometer. 95% Betrouwbaarheidsinterval Lower bound
7.2800
Verschilscore tussen knie PROM preoperatief en 6 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst EQ-5D thermometer. Aantal (N)
51
Verschilscore tussen knie PROM preoperatief en 6 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst EQ-5D thermometer. Gemiddelde
10.8
Verschilscore tussen knie PROM preoperatief en 6 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst NRS-pijn activiteit. 95 % Betrouwbaarheidsinterval Upper bound
5.1300
Verschilscore tussen knie PROM preoperatief en 6 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst NRS-pijn activiteit. 95% Betrouwbaarheidsinterval Lower bound
4.3900
Verschilscore tussen knie PROM preoperatief en 6 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst NRS-pijn activiteit. Aantal (N)
57
Verschilscore tussen knie PROM preoperatief en 6 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst NRS-pijn activiteit. Gemiddelde
4.8
Verschilscore tussen knie PROM preoperatief en 6 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst NRS-pijn rust. 95 % Betrouwbaarheidsinterval Upper bound
3.9800
Verschilscore tussen knie PROM preoperatief en 6 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst NRS-pijn rust. 95% Betrouwbaarheidsinterval Lower bound
2.9900
Verschilscore tussen knie PROM preoperatief en 6 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst NRS-pijn rust. Aantal (N)
57
Verschilscore tussen knie PROM preoperatief en 6 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst NRS-pijn rust. Gemiddelde
3.5
Verschilscore tussen knie PROM preoperatief en 6 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst OKS som score. 95 % Betrouwbaarheidsinterval Upper bound
14.8500
Verschilscore tussen knie PROM preoperatief en 6 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst OKS som score. 95% Betrouwbaarheidsinterval Lower bound
11.8800
Verschilscore tussen knie PROM preoperatief en 6 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst OKS som score. Aantal (N)
57
Verschilscore tussen knie PROM preoperatief en 6 maanden na ingreep o.b.v. prospectieve meting van patiënten met artrose bij wie een totale knieprothese wordt geplaatst OKS som score. Gemiddelde
13.4
Werden in het verslagjaar knieprothesen geplaatst uit een ODEP-categorie lager dan 5A zonder dat hierbij deelgenomen wordt aan wetenschappelijk onderzoek?
0.0000

Lage Rug Hernia

Is er een pijnpoli* beschikbaar in de instelling waar de operatie heeft plaatsgevonden?
1.0000
Maken de onderstaande zorgprofessionals deel uit van het multidisciplinair rugteam? - Anesthesioloog / pijnspecialist
1.0000
Maken de onderstaande zorgprofessionals deel uit van het multidisciplinair rugteam? - Neurochirurg
1.0000
Maken de onderstaande zorgprofessionals deel uit van het multidisciplinair rugteam? - Neuroloog
1.0000
Maken de onderstaande zorgprofessionals deel uit van het multidisciplinair rugteam? - Orthopedisch chirurg
1.0000
Maken de onderstaande zorgprofessionals deel uit van het multidisciplinair rugteam? - Physician assistant / verpleegkundig specialist /Gespecialiseerd verpleegkundige
1.0000
Maken de onderstaande zorgprofessionals deel uit van het multidisciplinair rugteam? - Radioloog
1.0000
Percentage verrichtingen waarbij binnen 30 dagen na operatie een re-operatie* heeft ondergaan na ongeïnstrumenteerde lumbale wervelkolomchirurgie voor degeneratieve lage rug aandoeningen.
1.4%(8/588)
Percentage verrichtingen waarbij direct na de operatie sprake is van een toename van motorische uitval.
0.2%(1/588)
Percentage verrichtingen waarbij een nabloeding is opgetreden waarvoor aanvullend medisch handelen* noodzakelijk is, waaronder verlengde opnameduur.
1.0%(6/588)
Percentage verrichtingen waarbij tijdens de operatie een diepe wondinfectie (reinterventie & positieve kweek) is opgetreden waarvoor aanvullend medisch handelen* noodzakelijk is, waaronder verlengde opnameduur.
0.5%(3/588)
Percentage verrichtingen waarbij tijdens de operatie een liquorlekkage is opgetreden waarvoor aanvullend medisch handelen* noodzakelijk is, waaronder verlengde opnameduur.
2.4%(14/588)
Wordt de uitkomst van de ingreep gecontroleerd middels de volgende PROM vragenlijsten: ODI, NRS en EQ5D op de volgende meetmomenten: Postoperatief**
1.0000
Wordt de uitkomst van de ingreep gecontroleerd middels de volgende PROM vragenlijsten: ODI, NRS en EQ5D op de volgende meetmomenten: Preoperatief*
1.0000

Longcarcinoom

Het aantal anatomische parenchymresecties* in de vorm van een segmentresectie, lobectomie of pneumonectomie, dat is verricht vanwege benigne of maligne pathologie.
52
Het aantal nieuwe patiënten met een primair longcarcinoom* in de DLCA-L dat wordt geregistreerd.
294
Percentage patiënten dat binnen 30 dagen of binnen dezelfde ziekenhuisopname na resectie vanwege een longcarcinoom* is overleden.
0.0%(0/90)
Percentage patiënten met een klinisch stadium III NSCLC -en in opzet curatieve behandeling- dat beeldvorming van de hersenen heeft ondergaan.
92.3%(24/26)
Percentage patiënten waarbij een gecompliceerd beloop* na resectie vanwege een longcarcinoom** is opgetreden.
15.9%(11/90)
Percentage patiënten, met een stadium* IV, pathologisch bewezen adenocarcinoom**, niet in aanmerking komend voor curatieve behandeling, waarbij moleculaire diagnostiek is verricht.
90.6%(77/85)

Mammacarcinoom

Hoeveel gecertificeerde internist-oncologen werkzaam op uw ziekenhuislocatie hebben in het verslagjaar borstkankerpatiënten behandeld?
7
Hoeveel gecertificeerde oncologisch chirurgen werkzaam op uw ziekenhuislocatie hebben in het verslagjaar borstkankerpatiënten behandeld?
7
Hoeveel plastisch chirurgen op uw ziekenhuislocatie behandelen patienten met borstkanker?
9
Is er gedocumenteerde samenwerking met/ betrokkenheid bij het MDO van een afdeling klinische genetica?
1.0000
Is het uitvragen van familieanamnese, assessment van de verwijscriteria, de mogelijkheid van genetisch onderzoek en van spoed counseling en DNA-diagnostiek structureel opgenomen in het zorgpad?
1.0000
Mediane doorlooptijd in kalenderdagen tussen datum biopt waarop diagnose is gesteld** en eerste operatie berekend over alle patiënten met invasief borstkanker* zonder metastasen op afstand die als eerste behandeling een operatie hebben ondergaan met een directe reconstructie (excl. neoadjuvante systemische therapie (chemotherapie/Her2 blokkade))***.
42.5000
Mediane doorlooptijd in kalenderdagen tussen datum biopt waarop diagnose is gesteld** en eerste operatie berekend over alle patiënten met invasief borstkanker* zonder metastasen op afstand die als eerste behandeling een operatie hebben ondergaan (excl. neoadjuvante systemische behandeling (chemotherapie/Her2 blokkade) en excl. directe reconstructie)***.
34.0000
Mediane doorlooptijd in kalenderdagen tussen datum biopt waarop diagnose is gesteld** en start neoadjuvante systemische therapie (chemotherapie/Her2 blokkade) berekend over alle patiënten met invasief borstkanker* zonder metastasen op afstand die gestart zijn met neoadjuvante systemische therapie (chemotherapie/Her2 blokkade)***.
33.0000
Mediane doorlooptijd van in kalenderdagen tussen datum biopt waarop diagnose is gesteld** en start primaire behandeling (neoadjuvant systemische therapie (chemotherapie/Her2 blokkade) of operatief) berekend over alle patiënten met invasief borstkanker* zonder metastasen op afstand in de NBCA (b+c+d)***.
34.0000
Percentage patiënten dat heeft deelgenomen aan de Patient Reported Outcome Measures (PROM) vragenlijst.
0.0%(0/393)
Percentage patiënten met een directe reconstructie met autoloog weefsel na een ablatio voor DCIS, waarbij de reconstructie is uitgevoerd door een plastisch chirurg.
0.0%(0/24)
Percentage patiënten met een directe reconstructie met autoloog weefsel na een ablatio voor invasief borstkanker*, zonder metastasen op afstand, waarbij de reconstructie is uitgevoerd door een plastisch chirurg.
0.0%(0/93)
Percentage patiënten met een directe reconstructie met een combinatie van prothese en autoloog weefsel na een ablatio voor DCIS, waarbij de reconstructie is uitgevoerd door een plastisch chirurg.
0.0%(0/24)
Percentage patiënten met een directe reconstructie met een combinatie van prothese en autoloog weefsel na een ablatio voor invasief borstkanker* zonder metastasen op afstand, waarbij de reconstructie is uitgevoerd door een plastisch chirurg.
0.0%(0/93)
Percentage patiënten met een directe reconstructie met prothese na een ablatio voor DCIS, waarbij de reconstructie is uitgevoerd door een plastisch chirurg.
25.0%(6/24)
Percentage patiënten met een directe reconstructie met prothese na een ablatio voor invasief borstkanker* zonder metastasen op afstand, waarbij de reconstructie is uitgevoerd door een plastisch chirurg.
41.9%(39/93)
Percentage patiënten met een directe reconstructie na aan ablatio voor DCIS, waarbij de reconstructie is uitgevoerd door een plastisch chirurg (b+c+d+e).
25.0%(6/24)
Percentage patiënten met een directe reconstructie na een ablatio voor invasief borstkanker* zonder metastasen op afstand, waarbij de reconstructie is uitgevoerd door een plastisch chirurg (b+c+d+e).
41.9%(39/93)
Percentage patiënten met een directe reconstructie na een ablatio voor DICS, zonder metastasen op afstand, waarbij het type reconstructie onbekend is.
0.0%(0/24)
Percentage patiënten met een directe reconstructie na een ablatio voor invasief borstkanker* zonder metastasen op afstand, waarbij het type reconstructie onbekend is.
0.0%(0/93)
Percentage patiënten met neoadjuvante systemische therapie (chemotherapie/Her2 blokkade) dat binnen 28 dagen na start van deze behandeling gezien wordt door de radiotherapeut.
10.9%(7/64)
Percentage patiënten onder de 70 jaar met een cT2/3/4 any N M0 triple negatief of Her2/Neu positieve invasief borstkanker zonder metastasen op afstand dat neoadjuvant systemische therapie (chemotherapie/Her2 blokkade) ontvangt.
100.0%(41/41)
Wat is het totaal aantal nieuw gediagnosticeerde patiënten met invasief borstkanker of DCIS dat op uw ziekenhuislocatie operatief is behandeld in het geldende NBCA jaar?
435

Oncologie - SONCOS

Als een azoöspermie blijkt, wordt er dan aan de patiënt een radicale orchiectomie en simultane oncoTESE ter fertiliteitpreservatie aangeboden in een centrum dat TESE verzorgt?
1.0000
Bij hoeveel patiënten vond er een schildklieroperatie plaats voor primair schildkliercarcinoom in het verslagjaar?
14
Heeft uw ziekenhuis met de behandeling van patiënten met kanker toegang tot een rookstoppoli?
1.0000
Hoeveel I-131 behandelingen bij patiënten met schildkliercarcinoom werden er gegeven in het verslagjaar?
43
Hoeveel colonresecties werden op uw ziekenhuislocatie verricht in het verslagjaar?
257
Hoeveel fte gynaecoloog-oncologen werken er in uw ziekenhuis?
2.6000
Hoeveel nieuw met longcarcinoom gediagnosticeerde patiënten werden er in het verslagjaar in uw ziekenhuis behandeld?
291
Hoeveel nieuwe patiënten met niercelcarcinoom werden er in totaal op uw ziekenhuislocatie gediagnosticeerd of behandeld in het verslagjaar?
196
Hoeveel nieuwe patiënten met stadium I testiscarcinoom werden er in totaal op uw ziekenhuislocatie behandeld in het verslagjaar?
15
Hoeveel nieuwe patiënten met testiscarcinoom hoger dan stadium I (primair danwel recidief) werden er op uw ziekenhuislocatie behandeld in het verslagjaar?
11
Hoeveel operaties voor (bij)schildklierafwijkingen vonden er op uw ziekenhuislocatie plaats in het verslagjaar?
93
Hoeveel operatieve oncologische ingrepen* aan de nier werden er op uw ziekenhuislocatie verricht in het verslagjaar?
58
Hoeveel partiële nefrectomieen werden er op uw ziekenhuislocatie verricht in het verslagjaar?
6
Hoeveel patiënten met niercelcarcinoom werden er op uw ziekenhuislocatie systemisch behandeld in het verslagjaar?
14
Hoeveel patiënten met niertumoren werden er in een gestructureerd MDO besproken in het verslagjaar?
196
Hoeveel patiënten* heeft uw instelling met immunotherapie met immuun-checkpoint inhibitors behandeld in het verslagjaar?
253
Hoeveel rectumresecties werden op uw ziekenhuislocatie verricht in het verslagjaar?
72
Is er in uw ziekenhuis voor iedere patiënt tenminste een vast aanspreekpunt c.q. casemanager* in de keten?
1.0000
Is uw instelling een referentiecentrum voor neuro- endocriene tumoren?
0.0000
Krijgen alle patiënten met een oncologische aandoening in uw ziekenhuis standaard psychosociale zorg aangeboden?
1.0000
Maakt het ziekenhuis deel uit van een netwerktumorwerkgroep niercelcarcinoomen wat verbonden is met de landelijke tumorwerkgroep niercelcarcinoom?
1.0000
Welk percentage van de verpleegkundigen op de dagbehandeling* waar oncologische systeemtherapie worden toegediend, heeft de aantekening oncologie of volgt hiervoor de opleiding?
100.0%
Welk percentage van de verpleegkundigen op de klinische afdeling* interne geneeskunde waar oncologiepatiënten worden verpleegd, heeft de aantekening oncologie of volgt hiervoor de opleiding?
77.1%
Welke behandelingen voor longcarcinoom vinden er in uw ziekenhuis plaats? Longresecties
1.0000
Welke behandelingen voor longcarcinoom vinden er in uw ziekenhuis plaats? Radiotherapie
1.0000
Welke behandelingen voor longcarcinoom vinden er in uw ziekenhuis plaats? Systemische therapie
1.0000
Worden alle patiënten met een gemetastaseerd niercelcarcinoom van uw ziekenhuislocatie in het netwerk MDO besproken*?
1.0000
Wordt iedere patiënt met een recidief ovariumcarcinoom besproken met een internist-oncoloog uit een in Nederland erkend gynaecologisch oncologisch centrum?
1.0000
Zijn alle patiënten met een gynaecologische maligniteit in uw ziekenhuis, die voldoen aan de inclusie criteria van de DGOA, ingevoerd?
1.0000

Operatieve ingrepen stressincontinentie bij de vrouw

Percentage vrouwen dat aangeeft veel tot zeer veel verbeterd te zijn na chirurgische behandeling van hun stressincontinentie.
87.4%(76/87)

Osteoporose

Is er een fractuurpreventieteam aanwezig, bestaande uit: een verpleegkundige/verpleegkundig specialist/physician assistant (PA), een beschouwend specialist, een snijdend specialist die in een team samenwerken rondom het voorkomen van fracturen?
1.0000
Percentage patiënten van 50 jaar en ouder met een recente fractuur dat een jaar voorafgaand aan de fractuur tot zes maanden daarna een VFA-meting van de wervelkolom met behulp van DXA kreeg ter vaststelling van wervelfracturen
34.3%(1472/4291)
Percentage patiënten van 50 jaar en ouder met een recente fractuur waarbij een jaar voorafgaand aan de fractuur tot zes maanden daarna een dexametrie is verricht.
34.3%(1472/4291)

Perifeer Arterieel Vaatlijden

Hoeveel NVIR geregistreerde interventieradiologen met de aantekening vasculair zijn er werkzaam op de ziekenhuislocatie?
5
Hoeveel NVvV gecertificeerde vaatchirurgen met ook de endovasculaire aantekening zijn er werkzaam op de ziekenhuislocatie?
6
Hoeveel NVvV gecertificeerde vaatchirurgen zijn er werkzaam op de ziekenhuislocatie?
6
Hoeveel internisten met aantoonbare ervaring en erkende nascholing in de vasculaire geneeskunde zijn er werkzaam op de ziekenhuislocatie?
5
Is op uw ziekenhuislocatie een vasculair behandelteam beschikbaar met daarin minimaal de onder ‘definitie’ genoemde disciplines?
1.0000
Zijn er onder de bij E genoemde internisten internist-vasculair geneeskundigen?
1.0000
Zo ja, hoeveel?
4

Psoriasis

Hoeveel dermatologen op uw ziekenhuislocatie behandelden op de peildatum patiënten met psoriasis?
10
Hoeveel minuten worden er per patiënt met psoriasis ingepland voor een vervolgconsult bij de dermatoloog op uw ziekenhuislocatie?
10
Hoeveel minuten worden er per patiënt voor het eerste consult ingepland bij de dermatoloog op uw ziekenhuislocatie?
10
Hoeveel patiënten met psoriasis werden in het verslagjaar op uw ziekenhuislocatie behandeld door het specialisme Dermatologie?
1435
Percentage patiënten met psoriasis dat is behandeld met biologicals.
16.0%(230/1435)
Percentage patiënten met psoriasis dat lichttherapie heeft gekregen.
25.4%(364/1435)

Spoedeisende Hulp

Aantal multitraumapatiënten (Injury Severity Score >15) opgevangen op de afdeling spoedeisende hulp (SEH) van de ziekenhuislocatie in het verslagjaar.
30
Voldoet uw instelling aan de volgende eisen voor behandeling van RAAA: 24/7 endovasculair gecertificeerd vaatchirurg beschikbaar?
1.0000
Voldoet uw instelling aan de volgende eisen voor behandeling van RAAA: wordt het minimale aantal aorta aneurysma behandelingen van 40 per jaar behaald?
1.0000

Veneuze ziekten

Biedt uw locatie de volgende behandelingen aan bij patiënten met acuut diep veneuze ziekten? A. Thrombolyse met of zonder stenting voor DVT
0.0000
Biedt uw locatie de volgende behandelingen aan bij patiënten met acuut diep veneuze ziekten? B. Open thrombectomie met of zonder stenting voor DVT
0.0000
Biedt uw locatie de volgende behandelingen aan bij patiënten met acuut diep veneuze ziekten? C. Aanleggen AV fistel in de lies
0.0000
Biedt uw locatie de volgende interventies aan bij patiënten met chronisch diep veneuze ziekten? A. Embolisatie vena ovarica of andere venen i.v.m. PCS
1.0000
Biedt uw locatie de volgende interventies aan bij patiënten met chronisch diep veneuze ziekten? B. Stenten MTS
0.0000
Biedt uw locatie de volgende interventies aan bij patiënten met chronisch diep veneuze ziekten? C. Recanalisatie en stenten iliacaal trajecten i.v.m. PTS
0.0000
Biedt uw locatie de volgende interventies aan bij patiënten met chronisch diep veneuze ziekten? D. Recanalisatie en stenten VCI i.v.m. PTS
0.0000
Biedt uw locatie de volgende interventies aan bij patiënten met chronisch diep veneuze ziekten? E. Endophlebectomie van de vena femoralis communis
0.0000
Biedt uw locatie de volgende interventies aan bij patiënten met chronisch diep veneuze ziekten? F. Aanleggen AV fistel in de lies
0.0000
Biedt uw locatie de volgende interventies aan bij patiënten met chronisch diep veneuze ziekten? G. Klep reconstructies i.v.m. DVI
0.0000
Biedt uw locatie de volgende interventies aan bij patiënten met chronisch diep veneuze ziekten? H. Stenting obstructies vena subclavia, VCS
0.0000
Hoe vaak zijn deze interventies uitgevoerd in het verslagjaar? Embolisatie vena ovarica of andere venen ivm PCS
5
Percentage patiënten met een ulcus cruris waarbij de arteriële status is vastgelegd door middel van duplexonderzoek of een enkel/arm index meting, maximaal een jaar voorafgaand aan de behandeling.
25.8%(24/93)
Percentage patiënten met een ulcus cruris waarbij een duplexonderzoek van het oppervlakkige en het diepe systeem werd uitgevoerd, maximaal een jaar voorafgaand aan de behandeling.
40.9%(38/93)
Scoort uw /locatie de ernst van veneuze pathologie middels een kwantitatieve klinische score?
1.0000
Voert uw locatie PROM metingen uit bij patiënten die behandeld zijn voor veneuze ziekten?
0.0000
Welke kwantitatieve klinische score gebruikt u? CEAP (alleen de C)
1.0000
Welke kwantitatieve klinische score gebruikt u? VCSS
0.0000
Welke kwantitatieve klinische score gebruikt u? Villalta
1.0000

Voorste kruisband en arthroscopie van de knie

Hoeveel voorste kruisbandreconstructies werden door orthopeden en chirurgen uitgevoerd op deze ziekenhuislocatie in het verslagjaar?
100
Percentage patiënten dat binnen 1 jaar na artroscopie een heroperatie aan dezelfde knie heeft ondergaan
1.5%(6/411)
Percentage patiënten dat een artroscopie van de knie heeft ondergaan in het verslagjaar en 50 jaar of ouder was.
33.2%(131/395)

Bron: Zorginzicht.nl — Zorginstituut Nederland